Advaita en Wetenschap (7.3) Evolutie

17-06-2013 11:37

Advaita en Wetenschap (7.3) Evolutie

 

 

In de geschriften van de Advaita staan een aantal verzen die de nodige vragen kunnen doen rijzen.

Het universum was noch ontstaan, noch in stand gehouden, noch opgelost.....” ( vers 5 Essentie van Ribhu Gita )

Het universum van naam en vorm, de belichaamde schepselen en hun schepper, geest, verlangen, karma (handeling), ellende en alles, behalve het Zelf (lees: Bewustzijn ), zijn louter denkbeelden....” (vers 9 ibid )

Nooit is er iets ontstaan. Waar kan datgene dat nooit ontstaan is zich bevinden? Hoe kan er evolutie zijn van ongeboren en niet bestaande dingen?...” (vers 60.7 ibid)

....Het heeft geen openbaring en evolutie....” (Avadhuta Gita vers 5.11)

Het suprême Zelf is ondeelbaar....hoe kan er hier....transformatie zijn...? (vers 7.6 Avadhuta Gita)

 

Er zijn hier twee aspecten van de éne Werkelijkheid in het spel. Het aspect dat onze zintuigen een werkelijkheid ervaren en een evolutie daarin. En een aspect van de absolute Werkelijkheid waarbij elk verschijnsel ongeacht een ogenschijnlijke evolutie of transformatie onophoudelijk, onveranderlijk en ondeelbaar het Zelf is.

Het is dit aspect waarvan Ramana Maharshi zegt: er is alléén Bewustzijn en Bewustzijn neemt alle vormen aan.

 

Het is ook vanuit deze context dat in de Bhagavad Gita vers 2.19 gezegd wordt: “wie zich beschouwt als doder en wie denkt dat hij gedood wordt, beiden zijn onwetend” en Krishna Arjuna aanspoort te strijden. Als ook dat er geen ander en het andere is, er is alleen het Zelf. En dit wordt heel mooi verwoord in diezelfde Bhagavad Gita met :

Het Zelf als de offeraar, offert het Zelf als het offer aan het Zelf, de allerhoogste Heer” ( 4.24 ).

Alles is het Zelf, een modus van God, niets uitgezonderd en bij gebrek aan en onmogelijkheid dit Zelf of God te duiden spreekt de Boeddha van “niet dit, niet dit”

Een Mysterie dat wij zelf (en al het andere en de anderen ) zijn. Een mysterie van Bewustzijn dat zich in ons en overal dagelijks afspeelt, gezien kan worden en toch onzichtbaar blijft, gehoord wordt en toch onhoorbaar is.

Hiervan zegt Jezus in “Gesprek met de Verlosser” ( Nag Hammadi ) : “ Hij die zoekt, ziet, hoort, spreekt, is ook hij die openbaart.”

Wij zijn zelf het Mysterie en geven als zodanig zichtbaarheid aan een droom. Want hoe zou dat wat onzichtbaar en onhoorbaar blijft, zichtbaar en hoorbaar kunnen zijn?

Vandaar dat de Advaita spreekt over deze zichtbaarheid als schaduwbeelden van het Zelf en ( in de Ashtavakra Samhita ) over transposities (superimpositie, transparant).

 

Advaita en Wetenschap (7.3) evolutie.pdf (36,6 kB)