De tuin (4)

25-11-2013 19:30

 

 

De Tuin (4 )

 

 

Gina :

 

Ik ben stil,

bewoon een tuin,

verwonderd, verbaasd!

 

Luk :

 

 

Tussen de bedrijven door

beweeg ik gedachteloos door het groen

en vat de onvatbare bomen,

versta de onverstaanbare bloem.

 

Wat doen die mieren

in hun zandkastelen?

Ik ken al hun wegen.

Wat drijft de vogels

tot gezongen vluchten?

‘k Vat het gevleugeld leven.

 

Maar kan er niets van zeggen

van al dit roezemoezend leven,

woelend in dit zonbeschenen dal

op iedere plek, zo bont gevormd.

 

Het denken beschrijft

maar kan ‘t’ niet begrijpen,

noch zeggen wat het is.

Geen woord vat de boom,

toch versta ik bomen

en de bloemen die ik ken

 

Het hoofd kan slechts omschrijven,

de buik voelt er al wat meer van aan,

maar enkel ‘t hart opent haar ramen

en kan zien : wat is een boom, een bloem.

 

En het hart dat zwijgt

behalve in vreemde

zangen, dans of kleuren

die slechts het hart begrijpt

als het stilzwijgend is,

zoals de bomen zijn.

 

Luk Heyligen:

Zoals de bomen zijn.


De Tuin (4).pdf (19,9 kB)