Spinoza en Advaita (2 ) Individualiteit (1)

29-12-2012 19:17

Het idee van het ontbreken van een eigenheid, individualiteit, de overeenstemming nader bezien in beide filosofieën.

 

 

SPINOZA EN ADVAITA (2)

 

 

Het lijkt mij goed om eens dieper op de afzonderlijke raakpunten van beide filosofieën in te gaan, juist omdat dit kan leiden tot een beter begrijpen en beleven van de eigen “leer”.

S. : Er is geen individualiteit, onafhankelijk bestaan; het betreft zuiver en

alleen een modus van God.

A. : Er is geen individu, er is niets buiten het Zelf / Dat; “Dat zijt gij”.

(Dat : het “niet dit, niet dit”, het Onnoembare, God)

 

Uit “de doornen en de roos” citeer ik: “....de ultieme oorzaak of het absoluut oneindig Zijnde : de ene oergrond van alle verschijnselen die zich in ontelbare vormen van realiteit eindeloos ontplooit, onder meer in de vorm van het denken....”.

 

De Advaita heeft een zelfde opvatting, maar erkent zelfs geen enkele vorm van realiteit, ook geen geest, dus denken. Deze Werkelijkheid ligt voorbij het ervaren van de zintuigen(de geest wordt in Oosterse filosofieën beschouwd als zesde zintuig). Dat wat de zintuigen waarnemen heeft geen eigenheid, is vergankelijk, is leeg. De werkelijkheid van dit lege is het Absolute, het absoluut oneindig Zijnde, het Onnoembare. Ook het denken valt hieronder, ook het denken is vergankelijk ( waar is het denken van de niet-bewuste mens, de baby of bij diepe dementie? ). De kwantumfysica is ver doorgedrongen in de vaststelling van deze leegte en dat de zogenaamde vastheid van de materie alleen veroorzaakt wordt door de snelheid waarmee deeltjes in energetische beslotenheid “rond dansen”, elkaar scheppend en vernietigend; maar steeds verder en steeds opnieuw vaststellend dat wat vast gedacht was leeg blijkt te zijn.

In de filosofie van de Advaita zijn wij en al wat ons omringt geen modus , wij zijn Dat, het Onnoembare, ook wel geduid met Bewustzijn. Louter dit Zijnde zijn, wil dit zeggen dat wijzelf de causa sui zijn, dus zonder individualiteit en onafhankelijkheid! (Over de (on)vrijheid van wil in een latere bijdrage meer.)

Geboren worden of sterven is daarom onbestaand in de Advaita, immers geen moment, met of zonder vorm, is een modus (je moet er nu eenmaal een begrip aan geven) niet Dat. Een onophoudelijk bewegen – in onze relatieve zijn en beleven – en een rust – in het absolute. Spinoza gebruikt hiervoor meen ik de termen specie durationis en aeternitatis.

 

Hoe verwoordt Spinoza een en ander? Ik heb geen grondige kennis daarvan en val opnieuw terug op “ de doornen en de roos” en citeer:

......te aanvaarden......de eigen eindigheid, zelfs als rationeel wezen.....” (voorwoord).

Ligt in deze verwoording niet exact hetzelfde gedachtegoed, ook ten aanzien van de geest?

In het artikel Advaita en kwantumfysica is een passus uit de Avatamsaka Sutra geciteerd:

Geen ding kan vernietigd worden. Omdat geen ding geschapen is, geen

schepper heeft, het niet verklaard en gelokaliseerd kan worden, omdat de

dingen ongeboren en niet ontstaan zijn, omdat er geen geven en nemen is,

geen beweging en geen functie.

Uit “de doornen en de roos” blz .16 : “.Er is geen doelgerichtheid in de natuur: alles is gewoon wat het is.”

Het is nagenoeg haast onmogelijk naast deze parallel te zien!

Het niet bestaan van een individualiteit en dus aanvaarden van onze eindigheid , - op dit moment en niet als wij sterven , het niet zijn die wij denken te zijn, een sterven zonder gestorven te zijn – is een cruciaal punt, waaruit de nodige consequenties voortvloeien. Graag nodig ik u uit om dit punt vanuit Spinoza's geest iets dieper te onderzoeken en te verwoorden, dan ik heb kunnen doen.

 

Spinoza en Advaita (2) individualiteit (1).pdf (47,3 kB)