HET ONBESTAAND IK (1)

05-07-2015 20:09

 

 

 

HET ONBESTAAND IK (1)

 

 

Ik ben het Licht van het Zelf. Ik, als ikzelf, kom nimmer tot bestaan.”

(vers 17.26 Ribhu Gita)

 

Niet alleen de Advaita, maar ook de Boeddha én Spinoza ontkennen het bestaan van een individualiteit, inbegrepen de individualiteit van een ziel en alles wat gestalte kan geven aan hetgeen persoonlijkheid genoemd wordt.

In een aantal afsluitende publicaties zal getracht worden de verschillende gezichtshoeken, met betrekking tot deze onbestaande individualiteit, die doorheen de diverse verspreide publicaties ter sprake gekomen zijn, te bundelen onder de benaming “ het onbestaand ik”.

 

Het ontkennen van ons eigen bestaan vormt een grote hindernis, wellicht de grootste hindernis omdat hierbij rechtstreeks ons gevoelsleven betrokken is; ons hele leven kennen wij dat vertrouwde gevoel van psychisch en fysisch iemand te zijn. En kunnen wij nog mentaal de zienswijze van een onbestaand ik accepteren, dan ligt dit gevoelsmatig geheel anders, zodanig dat wij tegen beter “weten” in het de facto niet accepteren. Tegen beter ”weten” in – weten tussen aanhalingstekens – omdat iets eerst echt geweten is als het gevoeld is.

 

In de inleiding van de Kwintessens Ribhu Gita wordt gesteld dat het gehele universum nooit tot bestaan gekomen is, omdat alleen en bij voortduring het Zelf (Brahman, Dat, Bewustzijn) als enige werkelijkheid existeert en daarbuiten als onechte werkelijkheid – die der zintuigen – niets kan bestaan. Deel uitmakend van dit universum vormen wij daarop dus geen uitzondering. De vertrouwdheid van onze zintuiglijke werkelijkheid en in het bijzonder van datgene wat direct ons ik en persoonlijkheid vormt, ligt zo diep in het dagelijks en langdurig ervaren verankerd, dat ons gehele gevoelen zich al of niet onbewust verzet tegen het idee onbestaand te zijn.

 

Toch moet de vraag gesteld worden. Wie of wat is “ik”?

Een mogelijk antwoord hierop aftastend blijkt dit “ik” allesbehalve eenvoudig te definiëren; het fysieke “ik” noch het psychische “ik” leveren een eenduidig beeld, integendeel , er is een groot scala van herinneringen en vage vroegere beelden. Het “ik” van nu dan? Ook niet, want het vroegere “ik” ben ik ook geweest en aan het toekomstige “ik” denken wij liever maar niet.

De conclusie kan dan haast niet anders zijn dat dit “ik” zuiver en alleen maar een begrip is en geen werkelijkheid is.

Ik” is in feite een “leeg” begrip, de benaming van een verschijnsel om ordening te brengen in onze relatie tot het gehele universum van verschijnselen. En uit dit “ik” vloeit een “gij”, de “ander” en een “dit” en “dat”, het “andere” voort; begrippen die eveneens “leeg” zijn (1)

 

Evenwel kan niet ontkend worden dat deze “leegheid” niet echt geheel leeg bevonden wordt.

Boeddha spreekt dan van “neti neti” (“niet dit niet dit”) en Nagarjuna van “sunyata” (“leeg van zichzelf”); terecht heeft vertaler A.F. Price van de Diamant Sutra, hoofdstuk 7 van de titel voorzien : “ Iets werkelijk benoemen is iets niet benoemen”.

Wij denken dat een verschijnsel benoembaar is, maar de werkelijke aard, de essentie is niet door denken en woorden te begrijpen.

Zo is bijvoorbeeld de kwantumfysica er niet in geslaagd aan licht een exacte definitie toe te kennen; een lichtdeeltje – een foton – toonde zich afhankelijk van de wijze van waarnemen door de waarnemer dan als deeltje en dan weer als golfje en paste zich zelfs daartoe retroactief (!) aan (2)

Het bracht Niels Bohr tot de uitspraak : “ de waarneming moet in zijn geheel gezien worden : het object – het waarnemen – de waarnemer “ (omdat het subject willens nillens door zijn waarnemen het object beïnvloedt). Dit is volledig overeenkomstig boeddhistische en advaita uitspraken : ziener – het zien – het geziene zijn één.

Daarenboven bleek uit de onderzoeken dat deeltjes elkaar scheppen én vernietigen en dat hun plaats niet met zekerheid – maar waarschijnlijk – vast te stellen is. Deze wetenschappelijke vaststellingen vertonen een zeer grote overeenkomst met de boeddhistische zoals die in de Avatamsaka Sutra vermeld zijn :

Geen ding kan vernietigd worden Omdat geen ding geschapen is, geen

schepper heeft, het niet verklaard en gelokaliseerd kan worden, omdat de

dingen ongeboren en niet ontstaan zijn, omdat er geen geven en nemen is,

geen beweging en geen functie.” (3)

 

Een “ik” dat door het universum (ontelbare waarnemers) beïnvloed wordt, dat “leeg” is, “leeg van zichzelf” (zowel filosofisch als naar de wetenschappelijke bevindingen van de kwantumfysica gezien), een duidelijk geheel andere werkelijkheid achter de zintuiglijke werkelijkheid toont, behoort als onbepaald (niet verklaard) en niet te lokaliseren – de plaatsen van de deeltjes van het lichaam zijn niet met zekerheid vast te stellen – gezien te worden in weerwil van het tegenstrijdige zintuiglijke ervaren.

Een hallucinant en vrijwel onvoorstelbaar beeld ontstaat er als zodanig van het “ik”!

 

    1. Advaita en Kwantumfysica (1) en (3)

    2. Advaita en Kwantumfysica (2)

    3. KWINTESSENS (26.02) – Iets werkelijk benoemen

      (3.02) – Begrippen zijn denkbeelden

 

HET ONBESTAAND IK (1).pdf (54,3 kB)