HET ONBESTAAND IK (11)

10-08-2015 17:35

 

 

 

HET ONBESTAAND IK (11)

 

 

In meerdere publicaties werd van Suzanne het volgende geciteerd:

 

Ook kan ik bij hen volkomen mijzelf zijn. Er is natuurlijk die rode neus en clowneske kledij, maar van binnen ben ik geen clown, zelfs geen Suzanne. Ik ben mijzelf zonder ik.” (1)

 

Op bijzondere wijze sluit hierbij aan vers 18.14 van Kwintessens Ribhu Gita :

 

Empirisch weten is het Zelf met eigenschappen. Ik ben de belichaming van kennis.”

 

Het illustreert dat iedere gedachte van eigenschappen die aan een individu worden toegerekend hem of haar niet toebehoren; het kan ook niet anders, een niet bestaand ik kan ook geen eigenschappen hebben. Tegelijkertijd kunnen deze eigenschappen evenmin als eigenschappen van het Zelf beschouwd worden. Het Zelf overstijgt iedere duiding. Het is/heeft niet noch is/heeft het niet.

 

Van buitengewoon belang is de uitdrukking ' empirisch weten ' . Bij herhaling werd in diverse publicaties gesteld dat er geen wetenschap bestaat – dus geen weten – er is alleen ervaren en ervaringskunde. Het heeft er meer dan de schijn van dat de Ribhu Gita dit onderstreept. De bron van dit kunnen ervaren is het Bewustzijn, de Droom die ons dromen doet.

Maar ook dit empirisch weten behoort niet toe aan of kan niet aan het individu toegerekend worden. Dit empirisch weten gaat op in het collectief bewustzijn/aksha, vanwaar eerder bij de conceptie ook de ervaringen ontleend werden (2)

Hoewel op zich begrijpelijk als uitdrukking zijn inhoudelijk de termen “ gij zijt Dat” of “ik ben het Zelf” niet juist omdat deze het risico in zich dragen als afzonderlijke subjecten gezien of gevoeld te worden. Wat gebruikelijk beschouwd wordt als een individualiteit (het ik) is louter en alleen een belichaamd Zelf (3)

 

In dit verband laat de Ribhu Gita in vers 35.5 helder verstaan dat het een misvatting is te denken dat er zo iets bestaat als een eigen geboorte, leven en dood (4).

Het zal duidelijk zijn dat als logisch gevolg er evenmin sprake kan zijn van een persoonlijk karma, maar dat alles berust op de empirische ervaringen van een collectief bewustzijn.

(Het empirisch weten beperkt zich niet tot de mens alleen. Ook de dierenwereld functioneert op een zelfde basis (5).

 

Wil er sprake zijn van een empirisch bewustzijn dan moet dit gegrond zijn op een oorspronkelijk bewustzijn., al of niet met de tussenstap van een collectief bewustzijn. Mede in aanmerking genomen de wetenschappelijke bevindingen betreffende de evolutie (6) kan er ook geen sprake zijn van iets als een collectief karma, behoudens de oorspronkelijke betekenis van karma als energie. In vers 18.46 van de Ribhu Gita wordt heel duidelijk gesteld dat er geen oorzaak en gevolg is (7).

 

De gedachte van het onbestaand ik (en het gehele universum) als belichaamd Zelf wordt samengevat in hoofdstuk 19 van de Kwintessens Ribhu Gita; Kwintessens 19.02 vertolkt dit als “Ik ben niet en toch ben ik”.

 

 

 

(1)Kwintessens 4.02 Ego, kennis en handelen

Kwintessens 5.01 Wereld en alles als leegte

Kwintessens 8.01 Geboorte, leven, verval en dood

Kwintessens 8.02 Geen geboorte, geen leven

Kwintessens 26.04 Zichzelf zijn

Synthese 3.16 Ken je zelf – dement

Synthese 4.02 Beseffen – identificatie (2)

(2)Advaita en Wetenschap 7.1 Evolutie

Kwintessens 22.05 Bewustzijn met intelligentie (2)

(3)Kwintessens 19.01 Ik ben jou niet

(4)Kwintessens 12.04 Maya als erfzonde

Kwintessens 18.03 Geen oorzaak en gevolg

(5)Advaita en Wetenschap 5 Termieten

Advaita en Wetenschap 9 Bonobo's

Advaita en Wetenschap 12 Denkende vlieg

(6)Advaita en Wetenschap 7.1 t/m 7.5 Evolutie

(7) Kwintessens 18.03 Geen oorzaak en gevolg

 

HET ONBESTAAND IK (11).pdf (65,7 kB)