HET ONBESTAAND IK (12)

13-08-2015 14:30

 

 

 

HET ONBESTAAND IK (12)

 

 

Het goed functioneren van ons darmstelsel wordt ernstig bedreigd door een kwistig gebruik van antibiotica.

(Martin Blaser in Missing microbes).

In onze darmen, maar ook elders in en op het lichaam leven tienduizenden soorten micro-organismen; zij leven met en door ons en wij leven met en door hen. Een volmaakte symbiose, soms door een vreemde kostganger verstoort en door de eigenheimers onmiddellijk de oorlog verklaard wordt. Oorlog en vrede, ontstaan en verval als inherente kosmische wet.

 

Deze wonderwereld van een samenleving illustreert op een prachtige wijze de kern van een der Veda's , de Taittiriya Upanishad : “I am food”.

Hoewel aan “food” ook een meer overdrachtelijke betekenis van materie gegeven zou kunnen worden, is de directe betekenis van voedsel vrij letterlijk te nemen, te meer daar de wetenschap bacteriën en microben ontdekt heeft levend van uranium, sulfaat en andere dodelijke, ogenschijnlijk onverteerbare stoffen.

 

Niet voor niets eindigt de Taittiriya Upanshad met de vreugde van de verlichte :

 

Ik ben voedsel....ik ben de genieter van voedsel...ik verenig beide (*).

Ik ben de eerstgeborene van de waarheid, eerder dan de goden en de navel van de

Onsterfelijke.

Hij die mij offert is Hem die mij levend houdt.

Hij die zich voedt – Ik, als voeding, eet hem (*)

[Ik leef in Hem die leeft in mij]

Ik doordring de gehele wereld en ben stralend als de zon.”

 

(*) Vergelijk met Jezus uitspraak : “Ik ben in de Vader en de Vader is in mij” (Joh. 14.11)

 

Als een transparant schijnt hiermede door de begrippen “ Ik ben niet en toch ben ik” en “belichaamd Zelf” zoals deze uitgewerkt zijn in Kwintessens 19.01 – Ik ben jou niet en Kwintessens 19.02 – Ik ben niet en toch ben ik.

Een individualiteit, een verschijnsel zuiver als een belichaamd Zelf; in termen van Spinoza : een modus van God.

 

 

Hiermee zijn de vragen uit Kwintessens 17.04 – Het onbestaand ik “Wat brengt mij tot bestaan? Wat doet mij leven?” beantwoord :

 

Hij die mij offert is Hem die mij levend houdt.

 

Als deze zin goed overdacht wordt worden wij ons tastbaar bewust van het ontbreken van elke individualiteit en eigenheid en beseffen wij tevens dat deze ideeën alleen maar kunnen berusten op een illusoir denken.

Tegelijk blijft het mysterie : Tat tvam asi.

 

Gij zijt Dat

Dat dat mij offert is Dat dat mij levend houdt

 

HET ONBESTAAND IK (12).pdf (36,8 kB)