HET ONBESTAAND IK (3)

13-07-2015 08:54

 

 

 

HET ONBESTAAND IK (3)

 

 

Dat, Zelf, Tao, Brahman, Veld van energie.

Dit is de enig echte essentie van het wezen dat wij zijn, zonder enige individualiteit en zonder persoonlijke bestemming; een wezen dat fysisch zowel filosofisch als wetenschappelijk leeg van zichzelf blijkt te zijn, maar vervuld is van Bewustzijn.

 

Waar in de twee voorgaande publicaties impliciet het fysieke aspect benaderd werd, wordt nu het terrein van de geest, het bewustzijn betreden.

Het niet hebben van een individualiteit en persoonlijke bestemming is ten nauwste aan elkaar gerelateerd.

De gewone geest, het brein is – zoals in de vorige publicatie gesteld werd – als een coördinatiecentrum eveneens een fysiek deel van het lichaam, dus materie. Maar er is meer dan denken, ervaren en voelen (ervaren en bijbehorende gevoelens is in het bijzonder het werk van de amygdala). Dit denken en de gevoelens – behoudens het basale gevoel van verlangen of afkeer – berust op de uit ervaringen opgedane conditioneringen en moet duidelijk onderscheiden worden van het oorspronkelijke bewustzijn. Een bewustzijn dat aan het denken en de gevoelens vooraf gaat; immers zonder bewustzijn is denken niet mogelijk.

De gewone geest kan evenwel niet als van dit bewustzijn gescheiden gezien worden,

maar is als een van dit bewustzijn gedifferentieerd aspect gezien te beschouwen. (1).

Een bewustzijn dat weliswaar hogere dimensies kent dan louter het rationele, waaronder het intuïtieve en de hogere bewustzijnsstaten, waarin geen onderscheid meer bestaat tussen geest en lichaam, subject en object; een toestand van wederzijdse doordringing.

Dit gehele bewustzijn moet dan noodzakelijkerwijze gezien worden – analoog aan de bevindingen van het fysieke lichaam – als leeg van zichzelf, dus vervuld van en als zijnde Bewustzijn (1).

 

Zintuiglijk nemen wij waar hoe lichaam en geest onderhevig zijn aan worden en verworden. Zijn worden en verworden echter ook maar een dualistisch paar en niet reëel bestaande begrippen? Vormen in werkelijkheid beide niet een eenheid en zijn daardoor onbenoembaar? De natuur en dus onszelf gadeslaande zien wij toch een onophoudelijk proces van transformatie. Niet het minste ogenblik is een vorm definitief, integendeel. Zowel bij de lichaamscellen als op subatomair niveau wordt duidelijk hoe Shiva in de wervelwind van deeltjes schept én vernietigt in één ondeelbaar ogenblik (2).

De ogenschijnlijke tegenspraak tussen de zintuiglijke (on)werkelijkheid en de absolute werkelijkheid berust op de wijze van zien :

 

In antwoord op de vraag van een zoeker waarom de Ribhu Gita zo vaak spreekt over de niet werkelijkheid van de dingen ( en dus ook de geest en denken) en dan zegt dat deze louter het Zelf zijn, dus werkelijkheid, antwoordde Sri Ramana Maharshi dat, als deze gezien worden als een veelvormigheid zijn zij niet werkelijk, als deze gezien worden als Zelf zijn zij werkelijkheid” (1)

 

Eenheid en gescheidenheid bestaan niet met betrekking tot u noch tot mij”. (3)

 

In zijn verhandeling over de Pratyabhijna Hridayam – een Advaita geschrift uit de 11de eeuw – licht I.K.Taimni bij diverse aforismen toe dat het Bewustzijn neerdalend in de steeds diepere lagen van openbaring ook steeds meer beperkt raakt in zijn energie; alzo wordt het ook tot denkvermogen, dat geen onafhankelijk beginsel is, maar een van het Bewustzijn gedifferentieerd voortbrengsel, welk evenwel niet los gezien kan worden van zijn bron en dezelfde aard bezit.

De gedachtegang van een Bewustzijn dat in steeds diepere lagen van openbaring doordringt, maar onveranderlijk, ondeelbaar, eeuwig, alomvattend en aldoordringend (immanent en transcendent) blijft, vindt nu ook een zekere weerklank bij de kwantumfysica in de uitspraak dat de objecten een tijdelijke verdichting vormen van één energetisch veld (1)

 

 

          (1) Kwintessens (1.02) Geest noch denken

          (2) Advaita en Wetenschap (7.2) Evolutie

               Advaita en Kwantumfysica (2)

         (3) Avadhuta Gita vers 1.15


HET ONBESTAAND IK (3).pdf (38,1 kB)