HET ONBESTAAND IK (4)

16-07-2015 15:35

 

 

 

HET ONBESTAAND IK (4)

 

 

Hoe kan “ ...... de enig echte essentie van het wezen dat wij zijn, zonder enige individualiteit en zonder persoonlijke bestemming” (1) in relatie gezien worden met het wezen dat wij nu zijn, met kenmerkende en onderscheidende eigenschappen? Vanwaar komen deze – niet altijd erfelijk bepaald – eigenschappen en bewustzijn, naar waar gaat dit bewustzijn. Een antwoord hierop kan liggen in de laatste twee alinea's van de voorgaande publicatie en het hierna volgende.

 

Het niet bestaan van een individualiteit en persoonlijk karma (en dus persoonlijke bestemming) is door Patanjali en door I.K.Taimni nader verklaard en interessant in het licht van de evolutiegedachte (vrij verwoord):

De wil om te leven is kenmerkend voor alle vormen van leven waardoorheen het bewustzijn geëvolueerd is om het menselijk stadium te bereiken. Aantrekking en afstoting van allerlei gradatie en soort zijn zelfs in de eerste stadia van de evolutie aanwezig en alle indrukken uit de doorlopen stadia liggen in latente toestand te sluimeren. Naarmate de evolutie voortschrijdt worden deze indrukken (Samskaras) en daaraan verbonden begeerten (vasanas) steeds gecompliceerder. Deze indrukken en begeerten liggen in een eeuwig bewustzijn (Jivatma – ziel ) opgeslagen. Een hedendaags individu draagt bij en ondergaat de gevolgen van deze indrukken en begeerten, maar heeft er geen “eigendom” ervan; er kan en mag geen predicaat mijn ziel aan toegekend worden. “

Het is dus een onpersoonlijke ziel om zichtbaarheid aan een schepping te geven.

Hoewel tot zekere hoogte de individualiteit hier ontkend is, blijft deze op een hoger, maar collectief niveau bestaan.

Dat indrukken en begeerten in een of andere vorm van bewustzijn behouden blijven – Jungs begrip collectief bewustzijn – komt als zeer waarschijnlijk over. (2)

Niet door alle oosterse filosofische scholen wordt het bestaan van een persoonlijk karma verdedigd, met name vormt het ontstaan van het eerste karma een struikelblok, omdat de rationaliteit hiervan in vraag gesteld moet worden en het op een gelijkaardige te betwijfelen grond berust als de mythe van het verloren paradijs. Dit verschil in visie is niet zonder betekenis daar het een niet- weten aangeeft, een denken waaraan alle religies mank en voorbij hun essentie gaan.

Dat een ervaring van een vegetatieve mentale handicap bijdraagt aan de ontplooiing van een individuele ziel op een hoger niveau, blijft moeilijk te begrijpen. Kan zo iets niet gewoon gezien worden als een ontoereikendheid in de ontplooiing van de evolutie (zonder hierbij afbreuk te doen aan de pijnlijkheid voor alle betrokkenen)? Ook bij de lagere levensvormen komt ontoereikendheid voor, ook onze huidige vorm is fysiek en psychisch imperfect en niet steeds in staat “in zijn bestaan te volharden.” Berust de idee van ontplooiing tot het perfecte wellicht niet op de gedachte dat iets niet volmaakt, volkomen is? Hoe zou iets dat een modus van God is, niets anders dan het Zelf is, onvolmaakt, onvolkomen kunnen zijn? Waren dan alle oerbacteriën van meet af aan (on)volmaakt? '

Het antwoord lijkt in de volgende verzen van de Ribhu Gita gegeven te worden :

 

Ik ben het einde van verwoording, Bewustzijn, het verblijf van alles; het oorzakelijk hulpmiddel en onverdeelde modus. Bewustzijn is de oorzaak, dat ben Ik.

Ik, waarlijk, ben Bewustzijn zonder een intellect; het beste, middelmatige en slechte zijn Bewustzijn, waarlijk Ik.”

(vers 22.3 t/m 22.6)

 

en

 

Ik, waarlijk, ben slechts Bewustzijn, zonder gebreken.”

(vers 22.6)

 

Vergelijking en tegenstelling, als ook de gebreken aan het begin, halverwege en het einde zijn slechts het wezen van Bewustzijn.”

(vers 22.9)

 

Het Bewustzijn zonder intelligentie manifesteert zichzelf in bewustzijn met intelligentie op basis van een trial en error methodiek; onze zintuigen – het brein inbegrepen – ervaren normaliter alleen bewustzijn met intelligentie; evolutie is dan een uiterst natuurlijk proces door karma of conatus gedreven. Zien wij naar de ontwikkeling van een pasgeborene, dan kan op het niveau van brein eenzelfde ontwikkeling worden waargenomen : bewustzijn zonder intelligentie evolueert naar een bewustzijn met intelligentie, beide zijn evenwel ondeelbaar het Ene (2).

 

 

 

 

    1. Het onbestaand ik (2)

    2. Kwintessens (22.04)

      Yoga Sutra's Patanjali 4.9 en 4.10

HET ONBESTAAND IK (4).pdf (75,5 kB)