HET ONBESTAAND IK (5)

20-07-2015 17:30

 

 

 

HET ONBESTAAND IK (5)

 

 

 

Er is alleen Bewustzijn en Bewustzijn neemt alle vormen aan, zo luidt de meermaals geciteerde uitspraak van Ramana Maharshi.

Vanuit het relatieve, zintuiglijk aspect gezien kan er van evolutie gesproken worden, vanuit het eeuwig absolute aspect uit gezien is er geen toename of afname van Bewustzijn noch verandering of evolutie.

In deze zelfde zienswijze kan er ook geen sprake zijn van iets als een individuele ziel noch persoonlijke bestemming en karma.

 

Als Taimni ( zie vorige publicatie) stelt dat naarmate de evolutie voortschrijdt deze karmische indrukken (samskaras) en daaraan verbonden begeerten (vasanas) steeds gecompliceerder worden, wordt het een vrijwel onmogelijke taak zich definitief van een karma te ontdoen. Trouwens, het is veel betekenend dat een bijzonder intelligente Dalai Lama en zijn eminente leermeesters ten aanzien van het ontstaan van het eerste karma geen verklaring konden geven en de deus ex machina ter hulp diende te snellen.

Een tweede knelpunt vormt de aanwas van de wereldbevolking, hoe kan er dan sprake zijn van een karmische één op één relatie? Een verklaring dat dit uit geëvolueerde rijken of universa voortspruit is slechts een verplaatsing van het vraagteken. Het heeft de schijn dat het persoonlijk karma probleem op een louter theologisch denken berust.

 

Zijn wij en met ons het gehele universum van verschijnselen in feite door alleen al het zijn van het Zelf (“ Tat tvam asi”) niet een onbenoembaar wezen, niet benoembare verschijnselen, het Mysterie zélf?

Als wij dit kunnen inzien én aanvaarden is er een belangrijke opening gemaakt naar het zich ontdoen van een (gevoel van) gebondenheid en het ervaren van bevrijding. Het aanvaarden van een leven zoals dat zich willens nillens zich aan ons voor doet, vreugde en verdriet, voorspoed en tegenslag. Dit wordt in een aantal verzen van de Bhagavad Gita kernachtig verwoord :

 

....de wijzen treuren noch over de doden noch over de levenden.” (1)

 

Nimmer is er een tijd geweest dat Ik noch gij...niet waart, noch zal een van ons ophouden te bestaan.” (2)

 

De voeling van de zintuigen veroorzaakt het gevoel van koude en hitte, vreugde en leed dat komt en gaat, van voorbijgaande aard is; verdraag het.” (3)

 

Het onwerkelijke bestaat niet, het werkelijke houdt nooit op te bestaan; de waarheid hiervan is ingezien door hen die het wezen van de dingen hebben geschouwd.” (4)

 

Handel zonder gehechtheid – laat nimmer het verkrijgen van de vruchten ervan uw oogmerk zijn – en wees evenwichtig in succes en mislukken.” (5)

 

Begiftigd met dit evenwicht, bevrijdt u zichzelf, alsook van het goede of kwade van uw handelen. (6)

 

Heel essentieel is hier “ bevrijdt u zichzelf”, een passus die gelijkaardig ook in de Ribhu Gita vermeld is : “men bindt zichzelf door de geest.”(7), evenals in de Ashtavakra Samhita : Hij die zich als vrij beschouwt is inderdaad vrij, hij die zich gebonden acht blijft gebonden. ' Zoals men denkt, zo wordt men' is een bekend gezegde in deze wereld” (8)

 

 

 

  1. Vers 2.11 Bhagavad Gita

  2. Vers 2.12 Ibid

  3. Vers 2.14 Ibid

  4. Vers 2.16 Ibid

  5. Vers 2.47 en 2.48 Ibid

  6. Vers 2.50 Ibid

  7. Vers 16.41

  8. Vers 1.11

HET ONBESTAAND IK (5).pdf (57,3 kB)