HET ONBESTAAND IK (6)

23-07-2015 18:45

 

 

 

HET ONBESTAAND IK (6)

 

 

 

Werd in de vorige publicatie van het aanvaarden van een leven zoals dat zich willens nillens zich aan ons voor doet, vreugde en verdriet, voorspoed en tegenslag, gewag gemaakt, dan houdt dit niet navolging in van Lamme Goedzak.

Naar beste vermogen en kunnen dient aan de situatie beantwoord te worden. Heel pragmatisch zegt de Bhagavad Gita :

Niemand kan, zelfs niet voor één ogenblik, zonder handeling blijven...” (1).

Let wel, ook niet handelen is handelen, daar het zich onthouden van daden op zich ook een daad is!

En ter aansporing zegt dezelfde Gita :

....want handelen is superieur aan niet handelen , zonder handelen is het

trouwens onmogelijk uw lichaam in stand te houden.”(1)

en

Wijd alle handelen in volledige overgave aan Mij....” (1)

 

Een handelen zonder handelen, een handelen zonder een ik-gericht oogmerk ( ook niet met een gedachte van het verrichten van goede werken) heeft een buitengewone kwaliteit ongeacht de kwaliteit van het verrichte. Vrij van enige context met karma wordt dit in het Taoïsme als het summum van handelen gezien : het woe wei. Het schept een vreugde zonder enig gevoel van verdienste verworven te hebben; een vreugde die niet aan iets noch aan niets gerelateerd is. Dit is vergelijkbaar met “ hoge deugd is geen deugd, juist daarom deugd” (2)

Het heeft het karakter van zaligheid dat gevoeld wordt als verkerend in een staat van zuiver zijn en bewustzijn en het ik afwezig of liever versmolten is. Een toestand waarvan Arnold en Suzanne zeggen:

 

Maar in de immens open ruimte van onze relatie kan alles benaderd worden, er is een wederzijds geven met alle inzet inzet en vermogen; wij zijn aanwezig met heel ons hart en alles vloeit, alles stroomt.”

 

en

 

Het zijn momenten waarnaar ik terug verlang en tegelijkertijd weet dat ik deze niet vermag te verlangen, zij worden geschonken op de momenten dat ik er niet ben.” (3)

 

Het zal hiermee voldoende duidelijk geworden zijn dat er van het spoor van Lamme alles behalve sprake is, in tegendeel.

 

Er is niets dat door Mij gedaan moet worden, ook is er niets niet bereikt; toch ga Ik voort met handelen. De misleide mens denkt : ik ben de doener.” (4)

 

Dit is een logisch uitvloeisel van het feit dat de energie, substraat of bewustzijn,

dat wat tot leven brengt en doet leven , het Zelf of Bewustzijn, ook de bron van het handelen is. Het Tao drukt dit als volgt uit : het Tao is bestendig daadloos en toch is er niets dat niet gedaan wordt. En in de Ashtavakra Samhita luidt het :

 

Wonderbaarlijk ben ik! Verering voor mijzelf! Er is niemand zo vaardig als ik, die in eeuwigheid het ganse universum draag zonder het met het lichaam te beroeren.” (5)

 

Dus waartoe toe-eigenen wat in feite je niet toebehoort, maar aan dat wat doet leven? Je komt met niets en je gaat met niets. (6)

 

 

 

 

 

(1) Vers 3.5 respectievelijk 3.8 en 3.30

    1. Tao Te Ting 38

      Kwintessens 4.03 Ego, kennis en handelen

      Spinoza en Advaita (9) Generositas

      Spinoza en Advaita (12) Verantwoordelijkheid

    2. Kwintessens (13.01) Werkelijkheid

    3. Vers 3.22 en 3.27 Bhagavad Gita

    4. Vers 2.13

    5. Kwintessens (8.04) Plek noch bezit

HET ONBESTAAND IK (6).pdf (58,5 kB)