HET ONBESTAAND IK (8)

30-07-2015 08:30

 

 

 

HET ONBESTAAND IK (8)

 

 

 

Een uiterste consequentie van de gedachte van een ik, ego of eigenheid, zijn de percepties over sterven , dood en een voortbestaan na de dood.

Het is de evidentie zelve dat om het even welke perceptie aangehangen wordt, dat deze zonder uitzondering aan het besef van een unieke identiteit te bezitten is gerelateerd.

 

In Kwintessens (11.05) Ik en de ander werd uitgebreid hierop ingegaan. De contrasten tussen de daar vermelde wijzen van sterven kunnen haast niet groter zijn :

 

Het bewust aangaan van de op voorhand gekende verdrinkingsdood door Sami Ram Tirth.

De uitzichtloze keuze naar zelfdoding door verdrinking van Arnolds broer.

De bewuste keuze tot euthanasie om het lijden te ontwijken. In wezen betreft het hier een gelegaliseerde vorm van zelfdoding.

De bewuste keuze zowel zelfdoding als lijden door middel van sedatie te mijden.

 

Daar zeker in India het niet ongebruikelijk is je sterfdag astrologisch vast te laten stellen lijkt de bewuste keuze en de wijze waarop niet door het ego gedreven te zijn, hetgeen van de drie andere bewuste keuzes door hun aard niet het geval lijkt te zijn.

Moet het voorkomen van lijden door middel van sedatie dan ook vermeden worden en als zodanig het lijden als zaligmakend bestempelen? Beslist niet, maar een dergelijke weg is voor een enkeling weggelegd, zodat gevreesd moet worden dat de volgens de gangbare filosofieën gebruikelijke wedergeboorte voor nagenoeg iedereen weggelegd moet zijn.

Volgens de Advaita is er geen Schepper noch schepping (1) en de wetenschappelijke bevindingen herleidt alle levensvormen naar een oerbacterie, maar ook de door Advaita gehanteerde logica kan een persoonlijk karma rationeel niet rechtvaardigen.

 

Berust het gedachtegoed van de impact van de wijze van sterven op een eventuele wedergeboorte niet zuiver en alleen op filosofisch en religieus denken? In hoeverre is hier sprake van een diepgaand conflict met het door de Advaita nadrukkelijk naar voren gebrachte punt : “ u bevrijdt zichzelf” ; “men bindt zichzelf door de geest”; “hij die zich als vrij beschouwt is inderdaad vrij, hij die zich gebonden acht blijft gebonden.” (2)

 

Berust het idee van wedergeboorte en persoonlijk karma niet uitsluitend op de aanname dat er een individualiteit bestaat?

Een individualiteit die de Boeddha ontkende en door zijn relaas over een van zijn voorgaande incarnaties weer bevestigde (3).

Talrijk zijn evenwel de verzen in Ashtavakra Samhita, Avadhuta Gita en Kwintessens Ribhu Gita die erop wijzen dat de geest, het denken de wereld (het universum) en alle toebehoren schept; geloven in een individualiteit, een ziel die na dit leven voort bestaat, schept wedergeboorte.

 

In Kwintessens (1.05) Denken en schepping werd de vraag opgeworpen 'Bestaat de schepping en de evolutie daarin dan uitsluitend door en uit een denkend bewustzijn? '. Het heeft er veel van weg dat het daar sluimerend antwoord eerder bevestigt dan ontkent moet worden en dat wij zelf schepper zijn van onze wereld.

 

Er is alleen Bewustzijn en Bewustzijn neemt alle vormen aan.” (4)

 

Hij die zoekt, spreekt, hoort en ziet, is ook hij die openbaart.” (5)

 

 

Als er ook maar iets gedacht kan worden is het daar in een mum van tijd; als er niet iets van denken is – van wat en wanneer dan ook – ontstaat er niets.” (6)

 

 

 

    1. Kwintessens (22.05) en (1.05); Essentie Ribhut Gita 60.7

    2. Het onbestaand ik (5)

    3. Diamant Sutra 14

    4. Ramana Maharshi

    5. Nag Hammadi Geschriften : Gesprek met de Verlosser

    6. Kwintessens Ribhu Gita vers 1.28

HET ONBESTAAND IK (8).pdf (54 kB)