HET WONDERLIJK LICHAAM (5) Ingebed, in gebed

04-04-2013 20:45

Het wonderlijke lichaam (5)

 

Ingebed , in gebed

 

Het wonderlijke lichaam

is de bedding

waardoorheen

Levenskracht stroomt.

 

Zij stuwt tegen hekken en dammen,

tegen weerstanden die pijn veroorzaken,

en vraagt overgave aan haar Leven

in open helder gewaar zijn.

 

Gina

 

 

Als ik ben en niets meer wil

 

Er is weer verandering

de rivier is vol wending

alles wordt zo eenvoudig

het luisteren en voelen

het zien en dieper schouwen

het zijn en niets meer willen

 

En ik betast beweging

van meer dan deze wereld

alles wordt zo veelvuldig

het licht en wat wordt belicht

de stenen en wat ontsteent

de paden, de padloosheid

 

Er is dieper verzinken

naar binnen deze wereld

onder de huid van de ziel

de geplooide poort voorbij

de wit gebronsde wanden

het glanzen, het verhoorde

 

En ik laat mij meestromen

en weet dat alles veilig

als ik ben en niets meer wil

eenvoud in veelvuldigheid

als ik zie, luister, diep voel

als ik verwonderd bemin

elke scheiding overwin

 

Luk Heyligen

 

Het zwijgt en mint

 

En elke dag herschrijf ik op een gloedleeg blad

wat ik moest zeggen sinds het begin. Ik bedenk

niet. Ik zie, herschik de versteende woorden tot

zij een biddende bedding vormen voor wat ik

niet kan zeggen. En toch wil ik slechts daarover

spreken : over 't onzienbaar Licht waarmee wij zien.

 

Binnenin de kracht waarmee wij leven, weetbaar

wanneer wij heel klein ademen, is er een zien

dat vrij blijft van wat wordt gezien. Het wacht en kijkt.

 

Het zwijgt en mint. Als wij het weten stopt het met

slapen en begint te ontwaken, trillend en

glinsterend als stofdunne sneeuw, als sterrenlicht.

II.

En elke dag herschrijf ik met een gloedvol hart

wat ik moet zeggen tot ik eindig. Ik beweer

niets. Ik kijk en ben een onzekere stroming

die tussen de verhardingen laveert. Ik kan

er niets van zeggen. Toch wil ik slechts daarover

spreken : over liefde die niets vraagt, enkel stroomt.

 

Binnenin de nacht waarin wij leven, is er

een Licht dat wacht tot wij het weten, tot wij weer

trouw zijn aan het gloedleeg begin. Het zwijgt en mint.

Luk Heyligen

 

HET WONDERLIJK LICHAAM (5) Ingebed, in gebed.pdf (21 kB)