Kwantumfysica en Advaita (2)

25-12-2012 17:44

ADVAITA EN KWANTUMFYSICA (2)

 

 

De kwantumfysica stelde vast dat niet met zekerheid plaats noch vorm van de deeltjes bepaald kon worden; dat deeltjes elkaar vernietigen en tot stand brengen, opkomen en verdwijnen.

Aldus kwam men tot de definiëring dat “ waarschijnlijk plaats en vorm ....”; met ander woorden de zekere wetten Van Newton krijgen een dimensie van waarschijnlijkheid toegevoegd (waarschijnlijk zal de appel niet ver van de boom blijven vallen!). Deze vallende appel is het beeld wat zich normaal aan onze zintuigen zal blijven voordoen. Dieper en voorbij de zintuigen gebeurt o.a. dat wat beschreven is in het eerste artikel van Advaita en kwantumfysica.

 

In de Avatamsaka Sutra staat een passus waarvan de onderlijnde delen een grote analogie vertonen met het hiervoor vermelde. Volledig luidt deze passus (de volledige weergave is ten behoeve van de context met o.a. vers 60.7 van de Essentie van Ribhu Gita – zie downloads) :

Geen ding kan vernietigd worden Omdat geen ding geschapen is, geen

schepper heeft, het niet verklaard en gelokaliseerd kan worden, omdat de

dingen ongeboren en niet ontstaan zijn, omdat er geen geven en nemen is,

geen beweging en geen functie.”

 

Van belang hierbij is dat het Zelf zuiver Bewustzijn is en alle vormen aanneemt

en in al die vormen toch onveranderlijk blijft (Thomas-evangelie logion 50 : beweging en rust).

 

De deeltjes vertonen een beeld van opkomen uit het niets en weer opgaan in het niets, elkaar te scheppen en te vernietigen, een beeld van een beweging èn rust.

Het beeld van de goddelijke danser Shiva, dat om die redenen in de inkomhal van het Cern te Genève staat opgesteld. Toeval dat de kwantumfysica , de wetenschap, de relatie legt met het oeroude gedachtegoed uit het Oosten?

 

Advaita en kwantumfysica (2).pdf (37,5 kB)