KWINTESSENS (1.04) - Gij en ik, dit en dat

04-04-2014 20:19

 

 

 

KWINTESSENS (1.04) – Gij en ik, dit en dat

 

 

Is er dualiteit dan is er non-dualiteit; door de onbestaanbaarheid van (het begrip) dualiteit bestaat de non-dualiteit evenmin.

Is er het begrip waarheid dan ontstaat ook iets als onwaarheid.

Is er gebondenheid en dood dan ook bevrijding en geboorte; door de onbestaanbaarheid van gebondenheid en dood bestaan ook bevrijding en geboorte niet.

Is er een 'gij' en een 'dit' dan is er ook een 'ik' en een 'dat'; door onbestaanbaarheid van 'gij' en 'dat' bestaan ook 'ik' en 'dit' niet.”

(verzen 1.26, 1.20, 1.23 en 1.24 in volgorde van de geselecteerde delen)

 

Zo diep is het onderscheid 'gij' en 'ik' en 'dit' en 'dat' verankerd in het (onder) bewustzijn, dat zelfs een besef van het zelf als Zelf nog gezien en gevoeld blijft als een iets, een Zelf buiten het 'ik'.

In vers 8 van zijn Upadesha Undiyar zegt Ramana Maharshi het als volgt :

 

Beter dan Hem bezien als Ander

    • voorwaar de edelste aller houdingen -

is Hem weten als het ingebedde IK,

het absolute IK.”

 

Het IK in ik, het ik is IK, het IK in gij, in dit en dat. Waardoor het ik het gij is en het dit én dat.

 

Vandaar dat de Advaita terecht steeds stelt dat geen dualiteit noch non-dualiteit bestaanbaar kunnen zijn om de eenvoudige reden dat 'ik' en 'gij' en 'dit' en 'dat' in hun essentie dezelfde zijn, namelijk Bewustzijn.

In het dagdagelijks leven is het beleven van deze eenheid niet evident, gewoon omdat men anders met knollen in plaats van citroenen opgezadeld zou kunnen worden of zelfs gedwongen kan zijn de broeder en zuster te moeten doden (zie ook Synthese 5.10 t/m 5.13 oorlog en vrede).

Wees evenwichtig in succes en mislukking....aanvaardt gelijkelijk overwinning en nederlaag, gordt u aan voor de strijd....” aldus de Bhagavad Gita 2.38 en 2.48. Maar zelfs in de gedwongen krijg rijst de ondeelbaarheid en non-dualiteit op bij vers 2.18 , 2.19 , 2.20 en 11.33 ibid :

Deze lichamen welke bewoond worden door de Ene onsterfelijke, onvernietigbare en oneindige, zijn sterfelijk. Daarom, strijdt.

Wie zich beschouwt als doder en wie denkt dat hij gedood wordt, beiden zijn onwetend; Hij wordt niet geboren, noch sterft Hij en Hij houdt niet op te bestaan.

Door Mij zijn zij reeds gedood, weest gij mijn instrument”

 

Daarom strijdt......in een latere publicatie (Kwintessens 22.03) zullen wij zien dat evolutie en strijd een volkomen natuurlijk proces zijn en als basis hebben karma – als energie – ofwel door Spinoza ook benoemd als conatus.

 

De dagelijkse relatieve werkelijkheid en de ene, enige Werkelijkheid vloeien hier naadloos ineen.

 

KWINTESSENS (1.04) - Gij en ik, dit en dat.pdf (64,6 kB)