KWINTESSENS (1.05) - Denken en schepping

07-04-2014 17:43

 

 

 

KWINTESSENS (1.05) – Denken en schepping

 

 

Als er ook maar iets gedacht kan worden is het daar in een mum van tijd; als er niet iets van denken is – van wat en wanneer dan ook – ontstaat er niets.

Daarom, dit alles bestaat niet in het minst wanneer dan ook, gij noch ik, dit noch dat.

Wees er zeker van dat er geen niet-Zelf is, alleen Brahman [het Zelf] is.”

(verzen 1.28 en 1.29)

 

Bestaat de schepping en de evolutie daarin dan uitsluitend door en uit een denkend bewustzijn?

 

Wordt een object waargenomen ongeacht langs welk zintuig dan ook zonder denken, dan bestaat het object inderdaad niet.

Ter illustratie : als zonder enig denken een boom getracht wordt te ervaren door zien of betasten dan bestaat er geen boom; de boom wordt eerst tot boom als er een begrip aan gegeven wordt. Zelfs de vraagstelling 'wat is dat' wijst op een denkactiviteit die een erkenning van de waarneming wil geven.

 

Maar nog merkwaardiger is dat een eerder bevestigd, erkend bestaan van een verschijnsel volledig teniet gedaan kan worden.

Door met haar niet-denkende, intense aandacht naar haar pijn te gaan, hield Suzannes pijn volledig op te bestaan, om deze pijn opnieuw te ervaren zodra haar geest de concentratie verloor van een zuivere, niet oordelende aandacht op haar object pijn (zie De Clown 5 – Buitenspel).

 

Tot slot is er de buitengewone – met een nog altijd niet goed besefte impact – door de

kwantumfysica geformuleerde uitspraak : de waarnemer beïnvloedt door de waarneming het waargenomen object. Het betreft hier het door John Wheeler's uitgestelde keuze experiment; hierbij neemt het lichtfoton achteraf steeds de vorm aan (golfje of deeltje) naargelang de waarnemer kiest de spiegel te plaatsen of niet (zie Kwantumfysica en Advaita (1). Met andere woorden de waarnemer bepaalt wat hij ziet!

 

Deze drie voorbeelden zetten de merkwaardigheid van de eerste zin van de geciteerde verzen kracht bij en rijst de vraag : heeft er ooit iets bestaan?

Deze vraag keert ook terug in de Essentie van Ribhu Gita vers 60.7 :

 

Nooit is er iets ontstaan. Waar kan datgene dat nooit ontstaan is zich bevinden?

Hoe kan er evolutie zijn van ongeboren en niet-bestaande dingen?”

Als de objecten die wij waarnemen intrinsiek niet de werkelijkheid zijn, kan er inderdaad nooit iets ontstaan zijn.

Ook in de Boeddhistische Avatamsaka Sutra wordt een gelijkaardige passus aangetroffen :

 

Geen ding kan vernietigd worden. Omdat geen ding geschapen is, geen

schepper heeft, het niet verklaard en gelokaliseerd kan worden, omdat de

dingen ongeboren, niet ontstaan zijn, geen beweging [ontwikkeling/evolutie?] en geen functie hebben.”

 

Er is een droom die ons dromen doet” (Bosjesmannen).

 

Hoe kan ik zeggen : ik besta en ik besta niet?

Hoe te tasten als ik geen tastbaarheid bezit?

Hoe te zien als ik geen zichtbaarheid bezit?

Hoe te spreken als ik sprakeloos en onbespreekbaar ben?

Hoe wonderbaarlijk ben ik die in het gans universum besta zonder het te beroeren!

 

KWINTESSENS (1.05) - Denken en schepping.pdf (56,8 kB)