KWINTESSENS (1.06) - Sprakeloos spreken

11-04-2014 17:47

 

 

KWINTESSENS (1.06) – Sprakeloos spreken

 

 

Ik ben Bewustzijn.

Ik ben louter Bewustzijn en manifesteer mijzelf zonder spraak als oorzaak van de spraak.”

(vers 1.36)

 

Op talloze plaatsen in de verschillende teksten wordt aangegeven dat het Zelf zonder enig attribuut, eigenschap is; zonder enig handelen.

In dit vers wordt op majestueuze wijze aangegeven dat wij – en dus in feite het gehele universum – spreken en handelen door het Zelf of wellicht eerder : het Zelf spreekt en handelt door ons.

In de publicaties Spinoza en Advaita (4) 'Dualiteiten' en Synthese (3.07) 'Geen ik' werd feitelijk de vraag opgeworpen : wat doet mij leven.

In wezen is deze vraag eveneens van toepassing op alle eigenschappen die verbonden zijn aan dat leven, het 'ik'.

Op deze vraag werd reeds uitgebreid ingegaan in deze publicaties : zie aldaar.

 

Wel zijn er twee aspecten hier van bijzonder belang, namelijk :

1. als het Zelf spreekt en handelt door één enkel individu, één enkel leven, dan is dit geldig voor alle leven, niets en niemand uitgezonderd.

2.de meermaals geciteerde uitspraak van Jezus : Hij die zoekt, ziet, hoort en spreekt, is ook hij die openbaart.

 

Het eerste aspect heeft als consequentie dat elke vorm van leven op respectvolle wijze benaderd moet worden, ook al moet het ene leven “geofferd” worden voor het leven van het andere. Het begrip “offeren” kan op de verschillende plaatsen en verschillende tijdstippen een diversiteit van inhoud verkrijgen; het heeft gelijk de begrippen goed en kwaad geen objectieve, maar een subjectieve betekenis.

Het Zelf spreekt en handelt door elk leven betekent ook, door die levens die als onvolwaardig bestempeld worden of als verwerpelijk op grond van fysieke of psychische eigenschappen. Wil men deze levens behouden of niet behouden is een maatschappelijke norm en aan verandering onderhevig, gelijk de begrippen goed en kwaad, waarvan onvolwaardig en verwerpelijk feitelijk afgeleiden zijn. Maar een leven op grond van psychische eigenschappen interneren en zonder verdere hulp laten wegkwijnen getuigt van een weinig respectvolle benadering en gebrek aan inzicht (onwetendheid) omtrent de essentie die men zelf is.

 

Het tweede aspect sluit in feite geheel en al aan bij het eerste, maar kan een niet vermoede extra dimensie toebedeeld worden, namelijk evolutie.

Een evolutie die alleen in een relatief aspect – onze duale werkelijkheid ervaren kan worden – maar ook gelet op de bewoording van de uitspraak, door het leven zelf tot stand wordt gebracht, dus zonder de idee van een schepper.

Als daarnaast ook tegen het licht gehouden wordt dat elk leven een uitdrukking van het Zelf is, dan is op elk moment ongeacht de fysieke of psychische eigenschappen dat leven een volmaakt leven. Een leven dat ongeacht een mogelijk gebrek perfect is omdat het onder die bepaalde omstandigheden optimaal is en beantwoordt aan die omstandigheden. Zelfs een aan een aandoening degenererend of (uit)stervend leven moet deze weg gaan opdat het overig leven de meest optimale ontwikkeling zou kunnen doormaken. Een ontwikkeling die door het bewustzijn empirisch gerealiseerd wordt, waarbij worden en verworden zich tegelijk voordoen en het bewustzijn (het Zelf) niet vermeerdert noch vermindert.

 

KWINTESSENS (1.06) - Sprakeloos spreken.pdf (52,8 kB)