KWINTESSENS (11.01) - Ik en ikzelf

01-09-2014 20:23

 

 

 

KWINTESSENS (11.01) – Ik en ikzelf

 

 

Ikzelf ben het mysterieuze Zelf. Ik, ikzelf ben onveranderlijk Bewustzijn, de leraar der leraren. Ik, ikzelf ben de drager van het al.”

(verzen 11.07 t/m 11.10)

 

De werkelijkheid voorbij de werkelijkheid die dagelijks wordt ervaren is mentaal wel te begrijpen, maar heel het gevoel – dat uit die dagelijkse ervaring continu voortkomt, de liefde of de ruzie met de partner, heel het spel van ik en de ander en het andere – heel dit gevoel verzet zich tegen deze werkelijkheid die nooit of nauwelijks ervaren wordt.

En toch, haast tastbaar zegt het rationele :

Het object (lichaam), eveneens, is zelfs niet een atoom. Er is niets anders, wat dan ook.

Alles is uitsluitend het Zelf. Alles is uitsluitend Bewustzijn.”

(verzen 11.02 en 11.03)

 

Bewustzijn, in termen van de kwantumfysica :

De materie die als dichtheid verschijnt, bestaat essentieel uit lege ruimte en partikeltjes die als planeten met hoge energie rondcirkelen. Al is het mogelijk om de partikels een grotere densiteit toe te kennen, toch moeten deze beschouwd worden als concentraties van het veld.” (David Bohm).

 

En even boeiend is te lezen hoe de kwantumfysica omgaat met de relaties tussen deze partikeltjes en de concentraties daarvan, namelijk als een weefsel van onderling verbonden processen. De fysicus W. Heisenberg formuleerde dit als volgt : “...een gecompliceerd weefsel van gebeurtenissen, waarin verschillende soorten verbindingen elkaar afwisselen of overlappen of met elkaar combineren en daarmee het weefsel van het geheel bepalen.”

Deze formulering komt goed overeen met de Avatamsaka Sutra waarin het waarneembare universum – dus elk object, het lichaam inbegrepen – beschreven wordt als een volmaakt netwerk – weefsel – van onderlinge relaties, waarbij alle dingen en gebeurtenissen op een oneindig gecompliceerde wijze met elkaar een verbinding aangaan. Dit is bijgevolg geldig voor een reusachtig object als het universum, als voor een relatief groot object als het lichaam, als voor een uiterst klein object als een atoom of een deeltje. Het waarnemen van een object door een waarnemer is dan ook niet vrijblijvend of neutraal, maar een beïnvloedende gebeurtenis; een conclusie die uit het uitgesteld keuze experiment voortvloeide.

W. Heisenberg : wij nemen niet de natuur zelf waar, maar de natuur die uit onze manier van vraagstelling voortkomt. Met andere woorden : de vraagstelling bepaalt de experimentele opstelling, die op zijn beurt de eigenschappen van het object beïnvloedt. Verandert de opstelling, dan veranderen ook de eigenschappen van het object. Alles is met alles verbonden en alles wordt door alles doordrongen. Het is een mysterieuze energie, die ook ikzelf ben.

En de conclusie dringt zich op : “ Ikzelf ben het mysterieuze Zelf. Ik, ikzelf ben onveranderlijk Bewustzijn, de leraar der leraren. Ik, ikzelf ben de drager van het al.”


KWINTESSENS (11.01) - Ik en ikzelf.pdf (66 kB)