KWINTESSENS (11.04) - Verstilling

14-09-2014 09:40

 

 

 

KWINTESSENS (11.04) – Verstilling

 

Alle wijzen van activiteit van de geest zijn onwerkelijk.”

(vers 11.29)

 

Op dat Shiva moet worden gemediteerd en beseft het Zelf te zijn, door de

rusteloze geest te verstillen tot helderheid, aldus, onthult Shiva Zichzelf natuurlijkerwijze als het enig eeuwig Sat-Chit-Ananda-Zelf, de absolute essentie van het wezen van de vereerder.”

(vers 14 Essentie Ribhu Gita)

 

Zijn de Sanskriet en de Tamil versie van de Ribhu Gita hier met elkaar in tegenspraak?

 

Hoewel de geest deel uitmaakt van het lichaam en als zodanig een superpositie, een transparant van het Zelf is en dus niet bestaat, wordt diezelfde geest gebruikt om voorbij zichzelf te gaan, te transcenderen en het Zelf te ervaren.

Het eerste vers is gezien vanuit een absoluut standpunt en het tweede vanuit het relatieve.

Een en ander komt dus overeen met de uitspraak :

 

Alles is waarlijk het absolute Zelf. Onderscheid en niet-onderscheid

bestaan niet. Hoe kan ik zeggen: “ Het bestaat; het bestaat niet ? “

(vers 1.4 Avadhuta Gita).

 

Dezelfde visie kan in vers 20.14 van de Ashtavakra Samhita aangetroffen worden als Ashtavakra zegt : “ Waar is existentie en waar geen existentie; waar is eenheid en waar dualiteit?”

Met andere woorden : in werkelijkheid is er alleen het Zelf; het poneren van een verschijnsel – i.c. de geest – of het ontkennen daarvan schept door beide activiteiten de onwetendheid dat er iets zou bestaan buiten het Zelf. Zelfs kan er niet gesproken worden van onwetendheid, want dat suggereert dat er een weten bestaat. Weten en niet weten zijn activiteiten van de geest en hoe kan daarvan gezegd worden 'het bestaat en het bestaat niet?'

 

Fundamenteel kan door een activiteit van de geest als meditatie nooit het Zelf ervaren worden omdat deze activiteit vanuit het willen, een ik-gevoelen gedreven wordt.

Alleen als in een meditatie elk willen achterwege blijft is een ervaren van het Zelf mogelijk.

 

Als ik ben en niets meer wil!

 

 

Als ik ben en niets meer wil

 

Er is weer verandering

de rivier is vol wending

alles wordt zo eenvoudig

het luisteren en voelen

het zien en dieper schouwen

het zijn en niets meer willen.

 

En ik betast beweging

van meer dan deze wereld

alles wordt zo veelvuldig

het licht en wat wordt belicht

de stenen en wat ontsteent

de paden, de padloosheid.

 

Er is dieper verzinken

naar binnen deze wereld

onder de huid van de ziel

de geplooide poort voorbij

de wit gebronsde wanden

het glanzen, het verhoorde.

 

En ik laat mij mee stromen

en weet dat alles veilig

als ik ben en niets meer wil

eenvoud in veelvuldigheid

als ik zie, luister, diep voel

als ik verwonderd bemin

elke scheiding overwin.

 

Luk Heyligen

 

KWINTESSENS (11.04) - Verstilling.pdf (51,8 kB)