KWINTESSENS (12.03) - Het al is het mysterie

02-10-2014 23:11

 

 

 

KWINTESSENS (12.03) – Het al is het mysterie

 

 

Het Zelf alleen is het mysterie.”

(vers 12.12 en 12.13)

 

 

Daar het Zelf het al is, is het al het mysterie; al het benoemde is in werkelijkheid niet benoemd, zelfs niet te benoemen. Wie ben ik? Het hoogste weten is niet weten.

Zoals het Zelf onwaarneembaar waarneembaar is, zo is men zichzelf waarneembaar onwaarneembaar.

Met al de zintuigen, de geest inbegrepen, kan men zichzelf waarnemen, zij het voor het zien op een indirecte wijze. En toch is het onmogelijk de essentie, het wezen van zichzelf te doorgronden; het blijft een oefening aan de buitenzijde van het eigen bestaan.

Zo het Zelf alleen maar ervaren kan worden in elk verschijnsel, zo kan ook alleen maar zichzelf ervaren worden, in verstilling!

 

Ik verbaas mij erover hoe deze grote rijkdom geplaatst is in dit lichaam.” (logion 29 Thomas evangelie).

Elk leven en in het bijzonder het eigen lichaam, de geest inbegrepen, is een wonder, ook dat wat in het algemeen beschouwd wordt als onvolmaakt, gehandicapt. Het is een wonder hoe zichzelf en de ander en het andere ervaren kan worden; de wijze waarop dit gebeurt doet hier niet ter zake.

In dit ervaren speelt het denken – gebaseerd op eerdere ervaringen – een grote, zo niet een uitsluitende rol. Het verstilde, verwonderend ervaren van het kind zonder verleden, heden of toekomst, ontbreekt vrijwel volledig bij het ervaren van het wonderlijk lichaam, het eigen mysterie.

 

Deze verstilling, dit ongedacht verwonderen is helder waar te nemen in het gedicht

' als ik ben en niets meer wil' van Luk Heyligen ( zie Het Wonderlijk Lichaam (5), waaruit het volgende gelicht werd :

 

 

Als ik ben en niets meer wil

alles wordt zo eenvoudig

het luisteren en voelen

het zien en dieper schouwen

het zijn en niets meer willen.

 

En ik tast beweging

er is dieper verzinken

naar binnen deze wereld.

 

En ik laat mij meestromen

als ik ben en niets meer wil

als ik zie, luister, diep voel

als ik verwonderd bemin

elke scheiding overwin.

 

Als een kind kan zo het wonderlijk lichaam gezien, gevoeld worden, zelfs voorbij het zien en het voelen daarvan, tot een beminnen zonder beminnen (zie Synthese 5.20 liefde (2).

Alleen het Zelf is het substraat en schittert als de zintuigen.” (vers 12.17 en 12.22)

 

KWINTESSENS (12.03) - Het al is het mysterie.pdf (50,3 kB)