KWINTESSENS (12.04) - Maya als erfzonde

06-10-2014 07:20

 

 

 

KWINTESSENS (12.04) – Maya, als erfzonde

 

 

 

Het Zelf wordt in verschillende vormen ervaren als gevolg van conditionering. Als deze conditionering gekend wordt als een begoocheling, houdt die waarlijk op te bestaan.”

(vers 12.28)

 

 

In verschillende religieuze strekkingen kent men het begrip verloren paradijs, als gevolg van het willen verwerven van kennis (de appel van de boom van kennis van goed en kwaad); dit begrip staat ook wel bekend als de 'erfzonde'.

 

Zowel de Advaita, als het hindoeïsme huldigen de opvatting dat het paradijselijk verlies louter berust op conditionering, onwetendheid of begoocheling.

Duidelijk blijkt uit de geciteerde verzen 4.6 , 7.25 en 7.14 van de Bhagavad Gita dat deze geconditioneerde onwetendheid een door het Zelf gecreëerd aspect is, dat natuurlijker wijze uit zijn scheppende energie voortvloeit. Elk leven streeft naar behoud, overleven en is als zodanig in concurrentie met een ander leven; dit is ook wel bekend onder de benamingen karma (energie op basis van oorzaak en gevolg of actie is reactie) of conatus (Spinoza's begrip). Het meest natuurlijke gevolg van dit streven is het besef van ik en de (het) ander(e), leidend tot een zich afzetten tegen alles en iedereen dat maar een bedreiging zou kunnen vormen voor dat 'ik'. Racisme is een van de vele vormen daarvan en is op natuurlijke wijze in elk van ons aanwezig. Hoewel moeilijk te doorbreken, geeft de Bhagavad Gita aan dat kennis (jnana) de meest uitnemende wijze van tenietdoen van deze begoocheling is.

Door juist wel van de appel van de boom van kennis van goed en kwaad te eten wordt deze 'erfzonde' tot vrijheid getranscendeerd.

 

Door de twee – elk paar van tegenstelling; bijvoorbeeld : ik en de(het) ander(e) of goed en kwaad, etc. – tot één te maken zal het verloren paradijs dat in onszelf aanwezig is, weer betreden kunnen worden (vrij naar het Thomas evangelie).

 

Een en ander vormt een uiterst rationele manier van benaderen; trouwens – er van uitgaande dat in de relatieve werkelijkheid er een evolutie te onderkennen valt – hoe zou een oerbacterie tot erfzonde of een persoonlijk karma hebben kunnen komen. Een raadsel dat zelfs de Dalai Lama en zijn leermeesters niet vermocht op te lossen.

Een (on)mogelijk bestaan van een persoonlijk karma (of erfzonde) is o.a. in de publicaties Advaita en Wetenschap (7.1 en 7.4) – evolutie reeds uitgebreid ter sprake gebracht.

 

Vers 12.28 – zie hierboven – wordt op bijzonder mooie wijze vervolledigd in het volgende vers :

 

Anders dan het Zelf is de wereld een begoocheling.”

(vers 12.59)

 

KWINTESSENS (12.04) - Maya als erfzonde.pdf (53,8 kB)