KWINTESSENS (13.02) - Gij zijt Bewustzijn

20-10-2014 10:40

 

 

 

KWINTESSENS (13.02) – Gij zijt Bewustzijn

 

 

Ik ben enkel Bewustzijn. Gij en alles zijt enkel Bewustzijn – alleen maar Bewustzijn, vervuld van Bewustzijn.

Deze uiteenzetting dat gij alleen Bewustzijn bent is voor alle geschriften van de Vedanta ongewoon.”

(vers 13.28 en 13.64)

 

De uitspraak 'Tat tvam asi' - gij zijt Dat – is meer bekend, echter een verdere concrete duiding ontbreekt. Inderdaad wordt in de Ribhu Gita onomwonden van het Zelf gesproken als Bewustzijn. Een Bewustzijn dat zich in allerlei vormen manifesteert, zowel levende, bewegende en onbewogen vormen, alsook de vormloze, amorfe vormen.

Het is de werkelijkheid achter de werkelijkheid van de zintuiglijke ervaring. De zintuigen ervaren als het ware de schaduwbeelden van de projectie op een transparant, als 'de droom die ons dromen doet'.

 

Herhaaldelijk werd er gesteld dat de Kwantumfysica tot dusverre de bouwsteen van de materie niet gevonden heeft, alleen maar steeds kleinere deeltjes van energie, die in een complexe relatie tot elkaar tijdelijke verdichtingen van energie vormen.

 

Wat dan ook als het kleinste in deze wereld waargenomen wordt...... dat alles is echter onwerkelijk.”

(vers 13.2)

 

Nadrukkelijk stelt de Advaita en in het bijzonder de Ribhu Gita dat er alleen en uitsluitend Bewustzijn bestaat. Als bijvoorbeeld de ontwakende energie van een berkenboom in het voorjaar wordt gadegeslagen of de enorme intelligentie van de termieten in de woestijn van Namibië ( zie Advaita en Wetenschap 5) dan kan men zich moeilijk van de indruk ontdoen dat deze energie niet het Bewustzijn zou zijn waar de Vedanta over spreekt en het ongewone daarvan. Zelfs als de evolutie berust op een trial and error, dan nog is er binnen deze trial and error een intelligentie werkzaam, die ontsnapt aan de aandacht als er blindelings gesproken wordt van een toeval. Hier is de grens tussen het rationele en het supra-rationele, de zuivere intuïtie, die voelt, “weet” dat het meer is dan alleen maar energie. Deze energie-intelligentie kan niet nader geduid worden, is en blijft een mysterie, onzichtbaar zichtbaar voor de zintuigen en wordt in de Vedanta gewoonlijk benoemd als het Zelf of Bewustzijn.

Dit Bewustzijn is een zuivere potentiële energie zonder enige eigenschap, onveranderlijk en ondeelbaar en kan bijgevolg alle vormen aannemen; het mag beslist niet gelijk gesteld worden met de geest. De geest is niets anders dan een centrum voor coördinatie en gelijk de rest van het lichaam aan worden en verval onderhevig. In Advaita en Wetenschap (10) – geest werd in extenso op dit zesde zintuig ingegaan.

 

Wonderbaarlijk ben ik! Verering voor mijzelf! Er is niemand zo vaardig als ik, die in eeuwigheid het ganse universum draag zonder het met het lichaam te beroeren.” (Ashtavakra Samhita 2.13)

 

Wonderbaarlijk ben ik! Verering voor mijzelf die, hoewel met een lichaam, Een ben, die niet gaat noch komt maar blijft, het universum doordringend.” (ibid 2.12)

KWINTESSENS (13.02) - Gij zijt Bewustzijn.pdf (56 kB)