KWINTESSENS (16.03) - Ik ben juist mijzelf

01-12-2014 09:10

 

 

 

KWINTESSENS 16.03 – Ik ben juist mijzelf

 

 

Ik heb geen verwanten, geen moeder en geen vader; ik heb geen afstamming, geen eigenschappen, geen jeugd en dementie. Ik ben juist mijzelf, waarlijk, niet apart van en enkel het Zelf.”

(vers 16.26 t/m 16.32)

 

 

Het ware levenschenkende substraat is het Zelf, Bewustzijn.

Terecht vangt het logion 101 van het Thomas evengelie aan met de woorden “ wie zijn vader en moeder niet 'ontkent' kan mijn leerling niet zijn....”

Het echte leven is niet van hen, maar door hun voortgebracht, hetgeen ook duidelijk in de tweede zin van het logion tot uitdrukking komt : “want mijn moeder bracht mij voort, maar mijn ware moeder gaf mij het leven.”

 

Het is een onophoudelijke stroom van leven – opnieuw: zonder enig materieel aspect, “leeg”, louter een energie/bewustzijn. Vormloos en zonder eigenschappen of hoedanigheden.
Uiterst mysterieus zoals uit deze op zich vormloze, massale en aldoordringende energie zich onder andere een leven kan ontwikkelen met een ontzagwekkende diversiteit en veelheid van eigenschappen. Een caleidoscoop, een toverspel, poëtisch vertaald in vers 2.25 van de Ashtavakra Samhita :

 

Hoe wonderbaarlijk! In mij, de oeverloze oceaan, rijzen de golven van de individuele wezens op overeenkomstig hun aard, botsen met elkander, spelen een ogenblik en lossen weer op.”

 

Ongeacht iedere evolutionaire ontwikkeling blijft de kern van dit toverspel onaangetast :

Licht is mijn ware aard; ik ben niets anders dan licht. Als het universum zich manifesteert, waarlijk dan ben ik het dat schijnt.” (ibid vers 2.8).

 

 

Ik ben juist mijzelf, waarlijk, niet apart van en enkel het Zelf.”

Opnieuw is er hier een analogie met de Ashtavakra Samhita in vers 1.17 :

 

Gij zijt onbepaald, [onveranderlijk, onvoorwaardelijk], vormloos, koel van aard, onpeilbare intelligentie, en onberoerd. Verlang slechts Bewustheid [Inzicht].

 

 

Dit is de enig echte essentie van het wezen dat wij zijn, zonder enige individualiteit en zonder persoonlijke bestemming.

Dit aspect van een ontbreken van een bestemming is ook vermeld in de Avatamsaka Sutra (zie Kwintessens 1.05 Denken en schepping); het is eveneens vervat in de filosofie van Spinoza. Dit ontbrekende aspect heeft, naast het feit dat er geen individualiteit bestaat (zie Kwintessens 5.03 – Evolutie... en Advaita en Wetenschap 7.4 – Evolutie...), tot gevolg dat een persoonlijk karma uitgesloten is.

 

KWINTESSENS (16.03) - Ik ben juist mijzelf.pdf (55,4 kB)