KWINTESSENS (16.04) - Bevrijding noch gebondenheid

04-12-2014 15:15

 

 

 

KWINTESSENS 16.04 – Bevrijding noch gebondenheid

 

 

Ik heb geen bestemming en ken geen gescheidenheid; er is waarlijk niet zo iets als “ik”. Men is zelf altijd de essentie, de Suprême, het Zelf van de Leegte; er is geen bevrijding of gebondenheid, men bindt zichzelf door de geest.”

(vers 16.34 t/m 16.41)

 

Ook de Ashtavakra Samhita spreekt in vers 1.11 dezelfde taal ten aanzien van bevrijding en gebondenheid :

 

Hij die zich als vrij beschouwt is inderdaad vrij, hij die zich gebonden acht blijft gebonden. ' Zoals men denkt, zo wordt men' is een bekend gezegde in deze wereld, en het is beslist waar.”

 

Het idee van bevrijding van gebondenheid bestaat louter en alleen door het denken, in werkelijkheid – het Zelf zijnde en zonder enige individualiteit – is men altijd vrij. Er kan dus geen individueel karma bestaan en al evenmin iets als een bestemming. Zie ook Kwintessens 16.03

Het hebben van een bestemming wijst ipso facto reeds op gebondenheid.

 

Steeds meer tekent zich af dat – wat beschouwd wordt als de schepping – inderdaad geen functie of doelgerichtheid heeft. Ten aanzien van dit aspect lopen de Advaita, het Boeddhisme en Spinoza allemaal in dezelfde pas.

Het ontbreken van een doelgerichtheid wil niet zeggen dat de natuur zuiver chaotisch verloopt; er zijn wel degelijk inherente natuurwetten. Een van deze wetten zou bijvoorbeeld kunnen zijn : 'wat zich niet aanpast aan veranderende omstandigheden gaat teniet'. Deze wet is duidelijk in de evolutie van het leven terug te vinden.

 

Binnen deze ontbrekende doelgerichtheid zou de visie kunnen post vatten, dat er geen vrijheid van keuze bestaat, dus gebondenheid. In werkelijkheid is er geen gebondenheid noch bevrijding, nimmer is er gebondenheid geweest, dus kan er ook geen bevrijding volgen. Gebondenheid en bevrijding zijn producten van de denkende

geest, louter begrippen. Het Zelf doordringt al het bestaande – is immanent – maar overstijgt tegelijkertijd al het bestaande – is transcendent.

Men is zelf altijd de essentie, de Suprême, het Zelf van de Leegte; men bindt zichzelf door te denken dat men gebonden is en te vergeten wat men in werkelijkheid is. Het ( niet juiste) besef van een individualiteit houdt tevens in dat men zich gebonden acht.

Het ik-gevoel schept namelijk het verlangen als individu te overleven, ultiem als ziel.

 

Het opgeven – is beseffen – van dit ik-gevoel schept een enorme vrijheid, zowel ten aanzien van het heden als van het hierna.

Dit hernieuwde besef van vrijheid is door Swami Ram Tirth schitterend vertolkt in zijn hymne van afscheid, zie hiervoor Kwintessens 6.02 – Koninkrijk.

 

KWINTESSENS (16.04) - Bevrijding noch gebondenheid.pdf (54,2 kB)