KWINTESSENS (18.04) - Gebod noch verbod

08-01-2015 10:20

 

 

 

KWINTESSENS (18.04) – Gebod noch verbod

 

 

De strekking van dit vers en analoge verzen in andere geschriften is eerder weergegeven in Synthese (5.20) – liefde (2) . Hieruit het volgende :

 

 

 

Suzanne :

 

Er was geen enkel fysiek of mentaal begeren, er was alleen het volmaakt natuurlijk reageren op een zijnstoestand, van twee mensen die een moment van eenheid beleefden, waarbij een onderscheid tussen geest en lichaam niet aanwezig was. Het lichaam respondeert dan volmaakt op de geest. Het ontbreken van begeerte wijst op de afwezigheid van het ego, het ego doet begeerte ontstaan, begeerte is een willen en inherent aan het ik.

 

 

In dit verband zijn er wellicht enkele verzen bijzonder relevant, namelijk :

 

.....zijn geest verstoken van onderscheid, is hij zuiver noch onzuiver....en zelfs wat gebruikelijk is verboden, is voor hem toelaatbaar (Avadhuta Gita vers 2.39).”

 

De wijze verricht vrijelijk wat dan ook zich voordoet, hetzij goed of kwaad; zijn handelen is als dat van een kind ( Ashtavakra Samhita vers 18.49).”

 

Kun je je hierin terugvinden Suzanne?”

 

Suzanne :

 

Dit beantwoord beslist geheel en al aan mijn gevoelen van dat moment; ik besef echter heel goed dat het een zijnstoestand van een moment was en geen aanhoudende staat, zodat in een andere situatie of op een ander moment, zelfs tegenover Frans, de gangbare ethische codes ook voor mij geldig zijn.”

 

 

 

Dit gesprek met Suzanne weerspiegelt een staat van zijn waarin een elkander eren zonder te eren, een liefde zonder liefde bestaat; een benoemen van het handelen kan niet weergeven wat er ervaren werd. Een dergelijk handelen gaat voorbij de relatieve rationele werkelijkheid zoals die in het dagdagelijks leven ervaren wordt.

 

Hoe binnen het niet bestaan van gebod en verbod toch juist gehandeld zal worden is in Spinoza en Advaita (12) – Verantwoordelijkheid toereikend uiteen gezet.


KWINTESSENS (18.04) - Gebod noch verbod.pdf (55,3 kB)