KWINTESSENS (18.05) - Toevlucht

12-01-2015 10:07

 

 

 

KWINTESSENS (18.05) – Toevlucht

 

 

 

Geef het herinneren aan de niet bestaande wereld en verschijnselen op en neem toevlucht tot het herinneren aan het Zelf.

Geef dan zelfs dat op en weest standvastig in je eigen wezen.

Geef verder hieraan op en weest als het Zelf.

Geef zelfs het opgeven op, laat elk idee van onderscheid achterwege.

En omgeef jezelf zelve, verblijvend in jezelf zelve.”

(vers 18.26 t/m 18.28)

 

In dit vers wordt aangegeven van goed naar allerbest hoe de geest te richten ten einde een beseffend inzicht te bekomen en aldus bevrijding te realiseren.

Het summum hierbij is dat zelfs zich steeds voorhouden 'ik ben het Zelf' achterwege kan worden gelaten, omdat hierin nog een subtiel onderscheid (het Zelf en ik) in schuilt, wetend dat je het Zelf bént.

Dit echt wetend dien je over te gaan tot jezelf hiermede te omhullen, onder te dompelen in je eigen ware wezen en daarin ingebed te zijn en te blijven.

 

Ook de Boeddha gaf tegen het einde van zijn leven een duiding van dit summum aan zijn volgelingen mee :

 

Zoek je toevlucht niet buiten jezelf. Wees een eiland, een toevlucht voor jezelf! “

( Maha parinibbana sutra)

 

Uit de Upadesha Undiyar van Ramana Maharshi :

 

Beter dan Hem kennen als Ander

- voorwaar de edelste aller houdingen -

is Hem weten als het ingebedde IK,

het absolute IK.”

 

Een toevlucht nemen tot iets of iemand anders getuigt van onzekerheid, zwakte. De vermeende zekerheid staat of valt met de kwaliteit van het ontleende, maar nog belangrijker is dat het nimmer tot een volwaardige eigendom gekomen is. Het is en blijft beter en krachtiger om de eigen weg te volgen dan die van een ander. Al weer klinkt hierin door 'ken je zelf'. Door met grote aandacht jezelf in ogenschouw te (blijven) nemen maak je je de weg eigen, worden de hobbels en kuilen gekend. De ratio van de Advaita zal ook meer grondig tot zijn recht komen dan wanneer men meelift. Ratio en intuïtie kunnen alleen met de eigen ervaringen getoetst en voelend afgestemd worden, nooit en te nimmer met deze van een derde.

 

Uit Kwintessens (18.01) volledigheidshalve de volgende herhaling :

 

Empirisch weten is het Zelf met eigenschappen. Ik ben de belichaming van kennis.”

(vers 18.14)

 

De Ribhu Gita onderlijnt hier duidelijk het belang van kennis die op ervaring berust.

Om deze reden is mede zelfkennis zo cruciaal; het studieobject en ervarend subject zijn in een en dezelfde persoon verenigd, onmiddellijk en altijd beschikbaar en uiterst rijk aan een grote variatie van levendige ervaringen.


KWINTESSENS (18.05) - Toevlucht.pdf (62,5 kB)