KWINTESSENS (19.01) - Ik ben jou niet

19-01-2015 15:30

 

 

 

KWINTESSENS (19.01) – Ik ben jou niet

 

 

Er is geen begrip [letterlijk : woord] voor mij. Ik ben het Zelf en heb geen tweede.”

(vers 19.02)

 

Werd in eerdere hoofdstukken gezegd : “ ik ben het Zelf” , dan wordt nu in vers 19.40 gezegd :

 

Ik ben jou niet.”

 

Het universum, het al en alles daarin, ik en jij, dit en dat is alleen en uitsluitend het Zelf. Maar het Zelf is onbeperkt, onbegrensd en kan bijgevolg niet gelimiteerd zijn tot een begrip, zelfs niet tot een ruim, maar toch beperkend begrip als het al of het universum.

 

Het Zelf heeft geen tweede en is onbegrensd, vandaar dat de uitspraak luidt : ik ben jou niet of ik ben dit of dat niet.

Er kan evenmin gesproken worden van een 'jiva', een bezield lichaam, want ook dat wekt de indruk dat er buiten het Zelf nog iets bestaat. Vandaar dat in vers 19.34 gezegd wordt : “ Ik ben de individuele ziel niet.”

In plaats van ziel of bezield lichaam zou een meer juiste verwoording kunnen zijn 'belichaamd Zelf ' .

Deze wijze van uitdrukken schept een beeld dat meer in de lijn ligt van 'eenheid en gescheidenheid bestaan niet met betrekking tot u noch tot mij' ( vers 1.15 Avadhuta Gita).

Tevens geeft dit beeld een grotere concordantie met de volgende uitspraken van de kwantumfysica (Bohm en Heisenberg; zie Kwintessens 11.01) :

 

Al is het mogelijk om de partikels een grotere densiteit toe te kennen, toch moeten deze beschouwd worden als concentraties van het veld.....”

 

.......een gecompliceerd weefsel van gebeurtenissen, waarin verschillende soorten verbindingen elkaar afwisselen of overlappen of met elkaar combineren en daarmee het weefsel van het geheel bepalen.”

 

Ook sluit het begrip 'belichaamd Zelf ' meer aan bij het begrip 'het Zelf in manifestatie'.

 

Het Zelf identificeert zich dus nimmer met het gemanifesteerde, het Zelf blijft het Zelf, onveranderlijk, zonder eigenschappen, immanent en transcendent.

 

Geen ik, geen ego, geen ziel, geen handelen en genieten, geen persoonlijk karma, niets, maar dan ook niets dat verbonden kan worden aan een gedachte van een eigenheid. Hoe langer hoe meer licht uit de Ashtavakra Samhita (vers 1.11) op dat vrijheid en gebondenheid (en al deze begrippen hierboven) inderdaad alleen berusten op denken.

 

Het Zelf dat niet dit is of dat is, dat niet jou is, is tot poëzie geworden in vers 2.14 van de Ashtavakra Samhita als de Heer van het universum zegt :

 

Wonderbaarlijk ben ik! Verering voor mijzelf die niets of alles bezit wat gedacht of gezegd wordt.”

 

KWINTESSENS (19.01) - Ik ben jou niet.pdf (66,1 kB)