KWINTESSENS (19.02) - Ik ben niet en toch ben ik

22-01-2015 11:08

 

 

 

KWINTESSENS (19.02) – Ik ben niet en toch ben ik

 

 

 

 

 

....” dit immens gevoel van mij geborgen weten, weten uit welke geborgenheid ik kom en naar welke geborgenheid ik terugkeer, waar ik eigenlijk nooit van gescheiden ben....” (Kwintessens 15.04)

 

 

Ik ben niet de individuele ziel, de essentie, de gedachte en de geest, vlees noch beenderen, noch het lichaam en het ego. Ik ben niet dood en heb niet een ander leven. Er kan van mij niet gesproken worden.

Ik ben zonder naam of vorm en ben jou niet.”

(vers 19.34 t/m 19.40)

 

Hoe zou ik die ervaring , die ik geborgenheid noem , in hemelsnaam kunnen beschrijven? Het is onmogelijk dat wat het diepste van mijn wezen beroerde – zodanig dat ik spontaan in een tranenvloed uitbarstte – met woorden te beschrijven.

Een moment waarvan ik kon zeggen : ik ben niet en toch ben ik......

Het is een moment geweest van grote invloed voor de rest van mijn leven.

Er is geen ander leven, het is een doorlopend zijn, niet als ik, maar als zijn, met afwisselende aspecten, zo ongeveer als Swami Ram Tirth beschrijft in de hymne juist voor zijn dood....

Of zoals Ramana Maharshi wegterend aan zijn kanker zegt over zichzelf : Waar kan ik gaan en hoe?”

(Suzanne)

 

Het zelf kan niet met denken bevat noch in woorden uitgedrukt worden. Alles is het Zelf, maar het Zelf is niet alles, omdat alles hoe dan ook nog altijd een beperkend begrip is. Geen enkel begrip kan een werkelijkheid weergeven noch dat wat deze werkelijkheid overstijgt.

Een doorlopend zijn, in vormen van afwisselende aard en zelfs vormloos of nog zelfs dat niet.

Het is een paradox dat het prijsgeven van elk idee – zelfs van iets als een individuele ziel – omtrent een eigenheid, de vrijheid schenkt die zelfs met het meest innige verlangen niet verworven kan worden.

 

Ik (Zelf) ben niet en toch ben ik (het belichaamd Zelf).

 

KWINTESSENS (19.02) - Ik ben niet en toch ben ik.pdf (53,8 kB)