KWINTESSENS (2.02) - Volledig en volmaakt

18-04-2014 20:01

 

 

 

KWINTESSENS (2.02) – Volledig en volmaakt

 

 

Gij zijt de vervulde, volledig en volmaakt.”

 

 

Kwintessens (2.01) eindigt met : volmaakt onvolmaakt.

Waarom is er niet het gevoel volledig en volmaakt te zijn? Veelal luidt het antwoord dat de oorzaak ligt in het feit zichzelf niet te accepteren. Een dergelijk antwoord is een doekje voor het bloeden, het bloed van het ik is versluierd met het doekje accepteren. Het ik blijft hierbij nog springlevend en keer op keer komt de indoctrinatie terug– dus nieuwe conditionering – 'ik moet mij of deze eigenschap' accepteren'.

De oorzaak van het gevoel onvolledig of onvolmaakt te zijn ligt in de nog altijd aanwezige identificatie van het ego met het lichaam en de geest. En niet alleen de identificatie, maar vooral wat door percepties daaromtrent zich heeft vastgezet. Een ik, ego dat zich gemaskerd heeft met ingebeelde zelfbeelden en weigert zich neer te leggen bij alle eigenschappen die het maar kunnen bedreigen en wel vanuit het eigen denken als vanuit het denken van de ander (zie ook Synthese (4.15) – masker).

 

Er is gevoelsmatig al een groot verschil tussen de zuivere vaststelling 'ik ben jaloers' of 'het is jaloersheid'. Denken dat jaloersheid niet gepast is – het kan inderdaad tot een extreme houding leiden – brengt lijden met zich mee en geeft het gevoel niet volmaakt te zijn. Toch zal het gevoelen van een jaloersheid – gelijk alle andere gevoelens (zie Syllabus) – altijd latent aanwezig blijven, echter door een juist begrip

omtrent het ware ik uitdoven en zich niet langer meer manifesteren, maar op een natuurlijke wijze getransformeerd worden in vredigheid, zo niet zaligheid.

 

Elk leven, elk individu bezit alle eigenschappen die nodig zijn om zichtbaarheid te geven aan het Zelf. Hoe zou anders het Zelf zich zelf zichtbaar kunnen maken? De grote Tovenaar drukt zich uit in een caleidoscoop van verscheidenheid en bewustheid.

Het Zelf alleen is. Het kent zichzelf door zichzelf. Zijnde, bestaande, verblijft het in zichzelf.

In de Bhagavad Gita wordt dit als volgt uitgedrukt :

 

Het Zelf als offeraar, offert het Zelf als het offer aan het Zelf, de allerhoogste Heer.”

 

KWINTESSENS (2.02) - Volledig en volmaakt.pdf (58,1 kB)