KWINTESSENS (20.04) - Werkelijkheid

09-02-2015 13:45

 

 

 

KWINTESSENS (20.04) – Werkelijkheid

 

 

De geest, het denken dat er een eigenheid is, als doener en genieter met een doel, een bestemming.....is de bron van gebondenheid en verdriet.

Alles opgeven en achterlaten van elk idee – zoals reeds uiteengezet in Kwintessens (20.03) – doet deze gevoelens van gebondenheid en verdriet teniet.

 

 

Blijf steeds de kenner van de Werkelijkheid, de wijze, de hoogste, de gezegende, de transcendente, de volmaakte, de eeuwige en het Licht, de essentie en zuivere, de gehechtheid aan lichaam en enige substantie van denken opgevend, wetend gij zijt het Zelf, alles is het Zelf, Ik ben het Zelf.

Wees standvastig in deze overtuiging en wees goed voor jezelf. Het Zelf, de Suprême is het juweel van de geest.

De doener, de individuele ziel, de non-dualiteit, het empirische weten, voortplanting, de betekenis van de geschriften, de regeerder, alles, alles is Existentie – Bewustzijn – Zaligheid.

Het volmaakt vervulde Zelf, degene die vervult is Existentie – Bewustzijn – Zaligheid, de enige werkelijkheid.

(vers 20.37 t/m 20.52)

 

Het puur naakte feit van bestaan alleen, in alle aspecten daarvan, dit in totale overgave en onthechtheid doorlevend is de bevrijdende werkelijkheid van ons zijn.

Het in volle overtuiging doorleven dat er geen identiteit is, dat dit lichaam en deze geest alleen bestaan in een totale kwetsbaarheid – fysiek, psychisch en materieel – en zonder enige doelgerichtheid, doorleven dat het lichaam aftakelt, de geest in een sluipende dementie wegkwijnt, de partner bedriegt, het enigst kind sterft of misbruikt wordt en uw wereld instort.....

Dit is de werkelijkheid waarvan ieder van ons denkt dat het hem of haar niet zal overkomen, maar gelukkig oud zal worden en dan zacht, vredig sterven kan....

Niet zo eenvoudig te verwezenlijken, het is een volledig sterven aan alles wat aan ik, mij en mijn gerelateerd is, inzien en bewust aanvaarden van het eigen totale niets.

 

Het heeft zwaar gestormd; machtige bomen midden in het bos zijn ontworteld of afgeknapt, andere zijn overeind gebleven. Waarom de ene boom wel en de andere niet? Het is de natuur zegt men. De ene mens sterft of wordt jong verminkt, de ander wordt vredig oud. Het is de natuur zegt men dan? Waarom ik? Tja, waarom niet de ander?

Zonder enig afwegen van goed of niet goed, leven met wat zich aandient, wat is.

 

Deze zienswijze in dit hoofdstuk is inderdaad als een geheime inwijding, over de ware aard van het Absolute, een werkelijkheid voorbij de werkelijkheid van alle dingen.

Elk aspect van ons zijn is wat het is.

Handel, in eenheid met het Zelf blijvend; geef alle gehechtheid op en wees zowel in succes en mislukking evenwichtig (Bhagavad Gita 2.48; bewerkt).

KWINTESSENS (20.04) - Werkelijkheid.pdf (54,3 kB)