KWINTESSENS (25.02) - Ik alleen ben. Dat

06-04-2015 17:35

 

 

 

 

KWINTESSENS (25.02) – Ik alleen ben. Dat.

 

 

 

 

Ik alleen ben. Dat .Waarlijk, Ik ben de ondeelbare, onmeetbaar, onnoembaar en onbegrensd, onberoerd door denken, niet verborgen noch waarneembaar. Waar dan ook, in welke mate ook, waarlijk, is Dat.

Het Zelf, waarlijk, is het Zelf van het Zelf. Ik, werkelijk, ben de Suprême, het Zelf van alles.”

(vers 25.12 t/m 25.25)

 

Een veld van energie, zo benoemt de kwantumfysica de werkelijkheid zoals die zich aan haar voordoet. En uit dit veld doen zich op uiterst complexe wijze tijdelijke verdichtingen voor tot objecten.

Het vraagt niet veel verbeeldingskracht aan dit veld van energie – het is ook maar een begrip – een equivalent begrip als Bewustzijn toe te kennen en te stellen : ik alleen ben, ondeelbaar, onmeetbaar, niet verborgen noch waarneembaar....

(Overigens is Bewustzijn ook alleen maar een begrip....

Ik ben niet onbewust noch ben ik slechts Bewustzijn” (vers 25.17))

De hierboven genoemde eigenschappen dringen zich als het ware op uit het begrip veld en het gedrag van de subatomaire deeltjes (zie de diverse publicaties in de serie Advaita en Wetenschap of Kwantumfysica).

 

Elke benoeming – zelfs Bewustzijn – of toekenning van eigenschap/kenmerk is niet in staat weer te geven wat de werkelijkheid behelst.

Wie ben ik? Ik ben Dat en niet dit en niet dit.

 

.....want de waarheid [werkelijkheid] , die niet met het denken begrepen kan worden en niet in woorden kan worden uitgedrukt, 'bestaat noch bestaat niet'.

(hoofdstuk 7 Diamant Sutra)

 

De werkelijkheid van mijn bestaan, van mijn wezen kan ik niet begrijpen noch verwoorden en kan niet verder geduid worden dan als : ' ik ben Dat '. Let wel : ik ben Dat, maar Dat is niet ik! Gij zijt Dat, maar Dat is niet u! Alles is Dat, maar Dat is niet alles, omdat 'alles' in feite een begrenzend begrip is en Dat onbegrensd is.

Terecht heeft de vertaler A.F. Price van de Diamant Sutra hoofdstuk 7 van de titel voorzien : “ Iets werkelijk benoemen is iets niet benoemen”.

 

Dit ondeelbare veld van energie of Bewustzijn is door zijn aard van ondeelbaarheid – ook de verdichtingen verliezen niet de essentie van energie of Bewustzijn – niet dualistisch, zou het dualistisch zijn dan zou de ondeelbaarheid gewoonweg niet bestaan. Wil er sprake zijn van verdichting of een object dan moet er uit de aard van de zaak noodzakelijkerwijze reeds een veld of Bewustzijn daaraan voorafgaand bestaan hebben. Dat bestond dus vóór alles!

De zienswijze van de kwantumfysica – veld van energie en tijdelijke verdichtingen daarvan – is baanbrekend, in wezen niet duaal van aard en een belangrijke toenadering naar de Advaita filosofie.

Is het veld van energie net als Bewustzijn niet verborgen noch waarneembaar? Zien wij werkelijk wat wij zien? Of zien wij alleen wat wij denken te zien, altijd en alleen maar de verschijnselen zoals die zich aan de zintuigen zich voordoen?

Gelijk Bewustzijn is (een veld van) energie alleen indirect waarneembaar.

 

KWINTESSENS (25.02) - Ik alleen ben. Dat..pdf (56,1 kB)