KWINTESSENS (26.01) - Ongeboren manifeste wereld

13-04-2015 21:30

 

 

 

 

KWINTESSENS (26.01) – Ongeboren manifeste wereld

 

 

 

Dat – waarin geen vrees voor dualiteit is en de non-dualiteit doet beseffen, waarin geen ik-gevoelen of vrees voor de paren van tegenstelling bestaat, waarin de daden van spraak en lichaam en de eeuwigheid zelf ineen vloeiend ten einde gekomen zijn en de manifeste wereld nochtans ongeboren is – vertoef immer als Dat.”

(vers 26.2 t/m 26.10)

 

Als deel van de wereld, het universum, hoe kan ik manifest zijn en tegelijkertijd ongeboren, niet-manifest? Is elk verschijnsel niet meer dan een luchtspiegeling, een fata morgana?

Manifest is het equivalent van werkelijkheid en roept onmiddellijk het tegengestelde begrip van onwerkelijkheid op , bestaan versus niet bestaan.

Ik ben niet verborgen noch waarneembaar.” (vers 25.16). Hier wordt niet alleen het Ik (Dat) bedoeld maar ook het individu ik.

 

.....Maar het koninkrijk is verspreid over de aarde en de mensen zien het niet.” (logion 113 Thomas evangelie)

Het niet verborgene is de relatieve wereld zoals die dagdagelijks ervaren wordt en dit wordt door Jezus beschouwd als een koninkrijk en door de Boeddha in het laatste hoofdstuk van de Diamant Sutra als een fata morgana, een droom.

Wij worden en verworden en daar tussenin ervaren wij de grillen van het lot in zowel hemelse verrukking als dal van tranen. Soms zijn deze grillen zo gruwelijk en pijnlijk dat het vrijwel onmogelijk wordt hierin een koninkrijk of een droom te herkennen.

 

Verrukking of tranendal wordt bepaald door het denken; het denken bepaalt onze houding tegenover een object, een gebeurtenis. Het denken bepaalt onze gebondenheid of vrijheid. Als onze houding, ons standpunt ten opzichte van het verschijnsel verandert, verandert onze ervaring én het bijbehorend gevoelen. Het denken speelt – aangestuurd door het besef van een ik – hierin een cruciale rol. Dit denken en de ik-identiteit gaan als een Siamese tweeling door het leven en kennen aan ieder verschijnsel de waarde aangenaam of onaangenaam toe. Een basiswaarde die nodig is voor de zuivere overleving van de vorm, maar tot een allesbepalende dominant geëvolueerd is, voor wat betreft relaties zelfs naar een wegwerp maatschappij. Om tot de juiste houding te kunnen komen tegenover alles wat ons overkomt, is het een conditio sine qua non dat wij ons denken en het (on)waarachtige

daarvan zorgvuldig onderzoeken.

Het is van bijzonder grote betekenis dat de Ribhu Gita spreekt van het verstillen van de rusteloze geest en het offer van het denken als het totaal van alle heilige offers (zie o.a. Essentie Ribhu Gita vers 14 en 24).

Door dit offer wordt de wereld stilaan een fata morgana en een koninkrijk.

 

KWINTESSENS (26.01) - Ongeboren manifeste wereld.pdf (55,7 kB)