KWINTESSENS (26.02) - Iets werkelijk benoemen

16-04-2015 19:56

 

 

 

KWINTESSENS (26.02) – Iets werkelijk benoemen

 

 

Dat – waarin geen tekortkomingen zijn noch een bestaan van géén tekortkomingen, geen onderscheid is als waarheid en onwaarheid, overwinning of nederlaag, bevrijding of gebondenheid, geen begrip bestaat als lichaam, verlangen of denken – vertoef steeds als Dat.”

(vers 26.12 t/m 26.25)

 

Steeds weer, keer op keer komt het thema van het niet kunnen benoemen van de werkelijkheid – niet alleen dé Werkelijkheid, de Essentie van alles, maar ook de dagelijks ervaren werkelijkheid – terug. Niet alleen in de Ribhu Gita, maar ook in een bijzonder belangrijke sutra als de Diamant Sutra. In deze laatste sluit de Boeddha juist zeer dicht aan bij deze dagelijkse werkelijkheid. Tijdens een bijeenkomst met zijn volgelingen hield hij zwijgend een roos omhoog; slechts één van hen begreep de betekenis van dit gebaar. Kleur, geur, ja het gehele verschijnsel “roos” kan niet echt benoemd worden; het is zoals in Kwintessens (3.02) gesteld werd slechts een denkbeeld, een begrip.

Wij omringen de wereld rondom ons en onszelf met begrippen, hetgeen nuttig en noodzakelijk is om te kunnen (over)leven. Maar wij vergeten dat deze begrippen in wezen lege begrippen zijn, denkbeelden. Het is noodzakelijk om de eetbare paddenstoelen te kunnen onderscheiden van de giftige, maar is giftig wel giftig of hebben wij gewoonweg nog niet ontdekt hoe deze op een veilige manier te kunnen bereiden of te gebruiken? Hiermede is onmiddellijk het verband te leggen met de onbestaanbaarheid van een begrip van een absoluut goed en kwaad. In de reeks 'Spinoza en Advaita' wordt in onder andere de publicaties 1, 4, 5 en 10 ingegaan op deze onbestaanbaarheid en de (in)directe gevolgen van het hanteren van een begrip goed en kwaad.

 

Het niet echt kunnen verwoorden van al hetgeen wij ervaren via de zintuigen en het brein dompelt ons in een gevoel van onmacht en gescheidenheid.

Ook de niet benoembaarheid van het Zelf, Bewustzijn, dat de essentie van alles is , heeft als een natuurlijk gevolg dat elk verschijnsel onbenoembaar móet zijn; hetgeen eerder ook door vers 25.16 : “Ik ben niet verborgen noch waarneembaar” uitgedrukt werd. Heeft iemand al het bewustzijn – behoudens op indirecte wijze – direct kunnen waarnemen?

In dezelfde zin is de waargenomen wereld werkelijk en toch niet werkelijk en is

iets werkelijk benoemen bijgevolg iets niet benoemen (zie Kwintessens 25.02).

 

KWINTESSENS (26.02) - Iets werkelijk benoemen.pdf (51,2 kB)