KWINTESSENS (26.03) - Hemel en hel

20-04-2015 22:05

 

 

 

KWINTESSENS (26.03) – Hemel en hel

 

 

Dat – waarin noch de terreur van een hel is noch de schatten van een hemel en geen wereld van God; waarin geen vrees voor zonde bestaat.”

(vers 26.28 en 26.32)

 

Van jongs af aan wordt het gedrag geconditioneerd door het inprenten van regels; dit is goed en verdient beloning, dat is niet goed en dient gecorrigeerd te worden, zelfs bestraft.

Deze opvatting is inherent aan vrijwel alle in een gemeenschap levende wezens, de maatschappij primeert en het individuele is daar aan ondergeschikt. De gemeenschap bepaalt de regels en deze zijn op hun beurt onderhevig aan de noodwendigheden die door tijd, plaats en andere levensomstandigheden gedicteerd worden.

 

Het zal hiermede duidelijk zijn dat al of niet onder invloed van religie een denkbeeld van hemel en hel kon ontstaan of een Sinterklaas en Zwarte Piet.

Alle religies hanteren een beeld van hel en verdoemenis en als tegenhanger een hemel en paradijs. Zonder deze begrippen verliest elke religieuze regelgeving zijn kracht; het is niet anders in de seculiere maatschappij, de overheid die er niet in slaagt zijn regelgeving af te dwingen, verliest het pleit. Dit afdwingen heeft een grotere kracht naarmate de sancties zwaarder zijn. Het is evident dat religies hun morele regelgeving alleen maar kunnen afdwingen door geestelijke beloning en bestraffing, in het bijzonder waar wereldse en kerkelijke overheden gescheiden zijn en een eventuele bijkomende sociale druk vanuit de wereldse gemeenschap niet meer mogelijk is. Hemel en hel is de ultieme beloning of bestraffing, in het bijzonder als er de overtuiging is dat wedergeboorte als herkansing niet mogelijk is.

 

Uit eerdere publicaties – o.a. Spinoza en Advaita (1) , (4) en (5) – blijkt genoegzaam dat goed en kwaad geen objectief bepaalbare begrippen zijn, maar bij consensus bepaald, geldig voor een bepaalde plaats en duur. Zonde is een afgeleide hiervan en dus evenmin objectief bepaalbaar. Om deze redenen kan een avadhuta, een bevrijde ziel volmaakt handelen ook al druist dit tegen gangbare normen in :

 

.....zijn geest verstoken van onderscheid, is hij zuiver noch onzuiver....en zelfs wat gebruikelijk is verboden, is voor hem toelaatbaar (Avadhuta Gita vers 2.39).”

Zie hieromtrent Suzannes relaas in Synthese (5.20) – liefde

 

Ook de Ashtavakra Samhita is hier zeer duidelijk in vers 18.49 :

 

De wijze verricht vrijelijk wat dan ook zich voordoet, hetzij goed of kwaad; zijn handelen is als dat van een kind ( Ashtavakra Samhita vers 18.49).”

 

In Spinoza en Advaita (12) – Verantwoordelijkheid is omstandig uiteen gezet dat een en ander niet zal leiden tot willekeur in het handelen.

 

KWINTESSENS (26.03) - Hemel en hel.pdf (55,2 kB)