KWINTESSENS (33.01) - Kennis

23-06-2015 08:40

 

 

 

KWINTESSENS (33.01) – Kennis

 

 

Het Zelf is, werkelijk, alle kennis. Het Zelf is de guru en de leerling van Zichzelf.

Kennis van het Zelf wordt door zichzelf gerealiseerd, is de grootste schat, de hoogste wetenschap en het opperste pad. Kennis van het Zelf is het tenietdoen van de geest en het denken.

De Kennis van het Zelf is de dagelijkse gewijde rite.

Nooit was er iets gelijk aan de Kennis van het Zelf en zal er nooit zijn.

Door de Kennis van het Zelf zuivert men zichzelf.

Kennis van het Zelf is het bewegen en niet bewegen.”

 

Gij zijt Dat. “

Vandaar dat een ieder zowel guru als leerling is en dat alle kennis, alle weten in onszelf aanwezig is.

De Tao Te Tjing (47) zegt het als volgt :

Zonder zijn huis te verlaten,

kent de wijze de wereld.

Hoe meer men naar buiten gaat,

hoe minder men kent.

....”

 

Ken je zelf en je kent het Zelf.

Zelfkennis is voor ieder van ons de grootste schat, waarvan de dichter Rainer Rilke zegt : “angsten zijn als draken die je grootste schat bewaken”.

 

Ken je zelf en men wordt met verstomming geslagen; een verstomming ten aanzien van zichzelf, maar evenzeer tegenover de (het) ander(e), voortgekomen niet uit verbazing maar begrijpen. De geest en het denken verzachten allengs meer en meer.
Terecht dat (zelf)kennis in zoveel tradities en door zovelen aangeraden wordt; het resultaat is minstens een zuivering van zichzelf tot een mild(er) en begripvol(ler) mens.

Zelfkennis vormt dé lering in zich overtuigen van het Zelf te zijn. Een lering die stoelt op objectief gadeslaan van de eigen ervaringen; ervaringen met betrekking tot

de gehele persoon en zijn gehele ervaringswereld : lichaam, gevoelens, toestand van de geest en het denken. Door deze dagelijkse oefening, gepaard gaande met het besef het Zelf te zijn, wordt dit inderdaad als een gewijde rite en wordt inderdaad een staat bereikt zoals die door de verzen van de Isha Upanishad in hoofdstuk 32 geduid wordt.

 

Het Zelf onderzoekend wordt uzelf slechts Zelf. Tat tvam asi. Gij zijt Dat.”

(vers 34.42 en hoofdstuk 28)

Aldus leidt het kennen van zichzelf tot het kennen van het Zelf.

 

KWINTESSENS (33.01) - Kennis.pdf (53,4 kB)