KWINTESSENS (4.01) - Het individueel zelf

03-06-2014 05:47

 

 

 

KWINTESSENS (4.01) – Het individueel zelf

 

 

Gij zijt uit één onverdeelde Essentie, waarlijk er is slechts één onverdeelde Essentie.”

 

De eerste verzen van hoofdstuk 4 'Definitie van een zelf' lijken het als het ware door de voortdurende herhaling uit te schreeuwen : álles, ja álles, ook gij zijt (uit) één onverdeelde Essentie, één onverdeeld substraat.

En in vers 4.42 wordt dan verder gedefinieerd wat deze Essentie is : Bewustzijn.

 

Het is onmogelijk Bewustzijn nader te preciseren, laat staan direct waar te nemen.

De Isha Upanishad legt dit als volgt uit:

Het niet duale Zelf, hoewel onbeweeglijk, is sneller dan de geest.

De zintuigen kunnen Het niet bereiken, Het snelt immer vooruit.

Hoewel stilstaand is het sneller dan het bewegende.

Het beweegt en beweegt niet.

Het is ver verwijderd en toch nabij.

Het is in alles en buiten alles.”

 

Het waarnemen van (B)bewustzijn kan alleen indirect gebeuren.

Lang” voordat een mens besluit tot een actie – ik wil of ik wil niet – is er reeds een hersenactiviteit gemeten, dus vóór het besluit bewust wordt en er een actie kan volgen.

De grofstoffelijke zintuigen zijn niet in staat tot een directe waarneming; een fenomeen dat ook in de kwantumfysica zich voordoet en de waarnemingen op een indirecte wijze door middel van een bellenvat plaats vinden. De kwantumfysica stelt dat voor het bijeen houden van de verschillende deeltjes er een bindende energie aanwezig moet zijn bestaande uit de nog fijnere gluonen deeltjes, waarvan aangenomen wordt dat deze waarschijnlijk geen massa hebben. Dus nog steeds ontbreekt de materiële bouwsteen van de materie en verschuift de zogenaamde vastheid hoe langer hoe meer in de richting van massaloze energie.

 

Concreet betekent dit dat er vastheid noch massa, gewicht bestaat, het lichaam en heel het waarneembare en bereikbare zonder vastheid en gewicht is, leeg. Alleen maar energie, essentie, of om het even welke benaming aan dit mysterie gegeven moet worden.

Dit vertrouwde, stevig lichaam bestaat als zodanig niet, het is zuiver en uitsluitend die essentiële energie, een energie die in staat is dit lichaam als een levend en dynamisch gebeuren tot zichtbaarheid te brengen, maar zelf onzichtbaar blijft. Terecht zegt Suzanne in Synthese (5.15) :

...weten uit welke geborgenheid ik kom en naar welke geborgenheid ik terugkeer, waar ik eigenlijk nooit van gescheiden ben...”


KWINTESSENS (4.01) - Het individueel zelf.pdf (50,4 kB)