KWINTESSENS (5.03) - Evolutie-karma-conatus

23-06-2014 19:37

 

 

 

KWINTESSENS (5.03) Evolutie – karma – conatus

 

 

De intellectuele gedachte van 'dit is mijn lichaam' waarvan gezegd wordt te bestaan op grond van voorbije besmette indrukken, voor eeuwig en altijd : dit is niet zo, alles is slechts het Zelf.”

(vers 5.41)

 

 

Zowel bij vers 10.8 van de Ashtavakra Samhita als in Adavaita en Wetenschap (7.4) – Evolutie werd het bestaan van een persoonlijk karma in vraag gesteld en wel op rationele, logische gronden.

De evolutietheorie van Darwin heeft enorme spirituele consequenties.

De gangbare oosterse religieuze en filosofische stromingen kennen vrijwel alle het begrip karma: oorzaak en gevolg met het daaraan gekoppelde wedergeboorte; dit begrip karma is uit de oorspronkelijke betekenis voortgekomen, d.w.z. karma als een energetische oorzaak en gevolg zonder enige verdere consequentie van een eindeloze cyclus van geboorte en dood.

Indien de mens uit een aap of uit één oerbron geëvolueerd is hoe kan er dan sprake zijn van karma met wedergeboorte als consequentie?

Deze consequentie berust namelijk op het uitgangspunt van een individu dat denkt dat het handelt en wel in een onvolmaaktheid. Dit karma is dus gestoeld op de gedachte dat iets (on)volkomen is, een goed of kwaad handelen.

Hoe kan een aap of een eencellige oerbron of een protoplasma als oerbron, in de zin van goed en kwaad, onjuist handelen?

 

Daarenboven werd eerder duidelijk gemaakt dat goed of kwaad niet objectief bepaalbare begrippen zijn, maar subjectief en tijdsgebonden; de dingen zijn wat ze zijn, zonder enige kwalificatie ( zie Spinoza en Advaita (1) en (4) ).

Oorzaak en gevolg is een objectief vast te stellen wetmatigheid, goed en kwaad ( of heilzaam en niet heilzaam ) kennen geen duurzame objectieve wetmatigheid.

Ook is de Ashtavakra Samhita met de verzen 10.8 en 20.4 in tegenspraak, hetgeen niet door de vertaler van de Sanskriet tekst met een annotatie toegelicht is.

 

Karma en wedergeboorte zijn begrippen en diverse teksten, waaronder de Ribhu Gita verwerpen het werkelijk bestaan van elk begrip.

Dit alles neemt niet weg dat de aspecten wedergeboorte en karma ook in de Upanishaden aangehaald worden.

 

Hoewel van alle verschijnselen - en in het bijzonder het levend en bewegend - de essentie onveranderlijk dezelfde blijft, niet vermeerdert noch vermindert, kan in het relatieve vlak toch een evolutie gezien worden.

Een evolutie die zich blijkbaar manifesteert in een continu proces van trial and error en impuls van een strevende levenswil, conatus of karma, zichzelf scheppend, in stand houdend en vernietigend.

 

KWINTESSENS (5.03) - Evolutie - karma - conatus.pdf (61,6 kB)