KWINTESSENS (5.04) - Het geringste ik-gevoel

27-06-2014 19:28

 

 

 

KWINTESSENS (5.04) Het geringste ik-gevoel

 

 

De geringste herinnering van zonde, de geringste gedachte omtrent geest, het geringste ik-gevoel betekent hunkering, woede, veelvoud van vormen en paren van tegenstelling. De geest alleen is de gehele wereld, het ik-gevoel, individuele ziel, ouderdom en verdriet, de elementen, zintuigen, waken, dromen en diepe slaap. De geest is de grote vijand.

De geest bestaat niet, bestaat niet, in 's hemels naam!”

(verzen 5.50 t/m5.82)

 

 

De geringste herinnering aan zonde (of nalatigheid) roept een schuldgevoel op, de wangen worden warm, zelfs kan het een zodanige hitte doen uitslaan dat het lichaam zich tracht te koelen met transpiratie.

In Spinoza en Advaita (5) is reeds in ruime mate aan het schuldgevoel aandacht gegeven.

 

De kern is opnieuw : het primaire ik-gevoel en de gedachte iets onoorbaars gedaan of iets nagelaten (aan de plicht niet voldaan) te hebben.

Ieder individu werkt en ervaart vanuit een voor haar of hem unieke set van vorming, conditionering. Deze unieke set is zowel door de omgeving, de roots, als door het individu zelf gecreëerd en ingeprent. Elk handelen of niet handelen wordt door haar of hem getoetst met deze set en vertaald in 'goed en kwaad'.

Indien het (niet)handelen niet in overeenstemming is – hetzij naar eigen mening, hetzij die van de omgeving – ontstaat een zondebesef en een schuldgevoel.

 

Het gehele concept berust op drie pijlers.

  1. Het ik-gevoel

2. De individuele set van conditioneringen en ervaringen

3. De omgeving en verwachting van verantwoordelijkheid

 

Binnen deze context is het onmogelijk altijd en overal perfect te handelen en zal er van tijd tot een conflict en dus schuldgevoel, zondebesef ontstaan.

Zelfs indien het ik-gevoel volledig door inzicht tenietgedaan is, zal er een conflict kunnen ontstaan, daar de omgeving andere verwachtingen kan hebben.

 

Een en ander komt duidelijk tot uiting in Synthese (5.20) – Liefde (2), waarin Suzanne laat zien hoe haar houding, haar intentie geheel zuiver is en toch zou indruisen tegen de gangbare mening van goed en kwaad. Aldus een bitter conflict zou kunnen veroorzaken en mogelijk ook ondragelijk zou zijn.

 

.....zijn geest verstoken van onderscheid, is hij zuiver noch onzuiver....en zelfs wat gebruikelijk is verboden, is voor hem toelaatbaar (Avadhuta Gita vers 2.39).”

 

KWINTESSENS (5.04) - Het geringste ik-gevoel.pdf (53 kB)