KWINTESSENS (2.01) - Wie gij ook zijt

14-04-2014 19:34

 

 

 

Kwintessens (2.01) – Wie gij ook zijt

 

 

Gij, inderdaad, zijt alle wijzen van bestaan; wie gij ook zijt, ge zijt Hem; Dat, de ondeelbare Essentie.”

(verzen 2.3 ; 2.17 en 2.18)

 

 

In publicatie Kwintessens (1.04) werd in de toelichting bij gij en ik, dit en dat al duidelijk dat het IK in ik, het ik is IK, het IK in gij, in dit en dat. Waardoor het ik het gij is en het dit én dat.

Nadrukkelijk werd in de zin juist hiervoor ik met een minuscule letter geschreven om aan te geven dat het hier het kleine zelf betreft en niet Ik, het Zelf.

In vers 2.3 wordt nu een andere kwaliteit van dit kleine ik belicht, namelijk 'wie gij ook zijt' , vereerd of veracht, de hoer of de heilige. In 'Donder. Het volmaakt Bewustzijn' uit de Nag Hammadi geschriften worden alle registers open getrokken om de diversiteit van dat kleine ik aan te geven.

In ieder, elk klein ik schuilt de vereerde en de verachte, de hoer of hoerenloper en de heilige. Kwaliteiten die niet echt bestaan, maar door de maatschappij van en aan kleine ikken wordt toegekend.

De Ashtavakra Samhita verwoordt dit in vers 2.25 als volgt:

 

Hoe wonderbaarlijk! In mij, de oeverloze oceaan, rijzen de golven van de individuele wezens op overeenkomstig hun aard, botsen met elkander, spelen een ogenblik, en lossen weer op.”

 

Poëtisch, haast in een ontroerend smeken zegt vanuit zijn graf de soefi dichter en mysticus Rumi :

 

Kom, kom wie je ook bent,

schaamte is hier onbekend.

Al zwoer je duizend eden

die je keer op keer weer brak,

kom, blijf komen, kom.”

 

De zogenaamde tekortkomingen bestaan alleen maar door het hanteren van waarden en normen die op een consensus en conditionering berusten, maar geen enkele objectieve inhoud toegekend kan worden.

Elke individu is volmaakt, zelfs in relatieve zin, omdat deze beantwoordt aan de omstandigheden waarin dat individu bestaat. Het zal echter ook duidelijk zijn dat de omgevende maatschappij hier anders over zal en soms moet denken.

In de publicatie Spinoza en Advaita (10) – Volmaakt, is het aspect (on)volmaakt uitgediept; toch moet de maatschappij deze mentaal gehandicapte levens (zie De Clown (8) – Onvolmaakt) tegen zichzelf of hun omgeving beschermen. Maar het feit dat ook zij 'ik' zijn, heeft als consequentie dat dit op een respectvolle wijze moet plaats vinden, zelfs als de omstandigheden dwingen hen tijdelijk te boeien of te isoleren.

 

Wie gij ook zijt, ge zijt Hem! Ik!

Waardoor het ik het gij is en het dit én dat............volmaakt onvolmaakt.

 

KWINTESSENS (2.01) - Wie gij ook zijt.pdf (66,1 kB)