KWINTESSENS (7.01) - Onbestaand en ongeboren

14-07-2014 19:57

 

 

 

KWINTESSENS (7.01) – Onbestaand en ongeboren

 

 

Dit is het plengoffer aan Brahman : ik ben subtieler dan ruimte, onbetwistbaar niet-bestaande en ik alleen ben van natuur het offeren; zonder onderscheidende eigenschappen en toch zelf de enige met naam, immer ongeboren van aard, onbevattelijk.”

(verzen 7.1 t/m 7.27)

 

Nogmaals is in het eerste vers van hoofdstuk 7 herhaald dat het universum niet bestaat. En eindeloos is herhaald wat dan wel bestaat : het Zelf , Bewustzijn. Het enig subject dat zich Ik mag noemen en het bestaat niet!

 

Het is niet mogelijk het bestaan van Bewustzijn aan te tonen, tenzij uitsluitend op een indirecte wijze. Zoals de kwantumfysica deeltjes waarneemt via een bellenvat, zo nemen wij het Zelf, Bewustzijn, het Ongeborene waar door het geborene. Door het wonder van het leven – ook al is er pijn en onvolkomenheid, dat er leven kan bestaan is het wonder.

Dan , ja dan zegt Jezus : “ Wanneer gij Hem ontmoet die niet uit een vrouw geboren is, werp je dan op je aangezicht ter aarde en vereer Hem. Hij is jullie Vader.” ( logion 15 Thomas-evangelie).

Op dit eigenste moment, bij het schrijven en lezen van deze woorden wordt Hij ervaren; alleen al door het kunnen zien van het zichtbare wordt de Onzichtbare hierin zichtbaar. Er is eenheid noch gescheidenheid, want hij die schrijft of hij die leest is ook hij die openbaart.

 

Arnold :

Ik ben nu voor de tweede en laatste maal bij de oude dame – Jeanneke – geweest,telkens een kwartiertje; ik kende haar en zij mij, alleen uit de verhalen van mijn partner. Zij eet niet meer, drinkt nog amper en weet exact wanneer zij zal sterven. Wij hebben afscheid van elkaar genomen, heel intiem en beiden met ontroering. In deze korte ontmoeting heb ik het wonder van het oneindige leven gezien, gevoeld of misschien moet ik zeggen oneindig bewustzijn. De vorm is onbelangrijk; die haikoe in Synthese (5.18) Ratio en intuïtie zegt alles:

 

Elkaar voorbijgaan.

Dát enkel zwijgend moment

in één ogenblik.”

 

Dat wonder in een ogenblik. Onbevattelijk!”

KWINTESSENS (7.01) - Onbestaand en ongeboren..pdf (56 kB)