KWINTESSENS (7.02) - Nachtwacht

18-07-2014 17:24

 

 

 

Kwintessens (7.02) – Nachtwacht

 

 

In het offer aan het Zelf komen de volgende delen van verzen voor:

 

Mijn natuur kent geen interactie; beschouw leven en lichaam als niet werkelijk, er bestaat zo iets niet in het Suprême Zelf, ken alles in mij als niet werkelijk.”

 

 

Waar eindigt de rivier en begint de zee. Waar

eindigt mijn adem en begint jouw lucht? Wanneer

begon je of ben je onbegonnen? Als je

dat herinnert is dat het einde van de nacht.”

(Luk Heyligen ; “ Nachtwacht ”)

 

 

Geen einde noch begin, eenheid noch gescheidenheid en geen interactie, geboren noch gestorven, adem noch lucht.

Weten wie je bent is het einde van de nacht en de ware aard is Licht.

 

Weten wie je bent, is weten wie jij bent en weten wat dit is en dat.

 

Wij hebben afscheid van elkaar genomen, heel intiem en beiden met ontroering. In deze korte ontmoeting heb ik het wonder van het oneindige leven gezien, gevoeld of misschien moet ik zeggen oneindig bewustzijn. (Arnold, Kwintessens (7.01)

 

Arnold :

Ik heb geen enkele rationele verklaring of esoterische uitleg voor deze korte ontmoetingen en de intimiteit van ons beider aanwezigheid, zo sterk dat er ontroering was zonder ogenschijnlijk enige aanleiding. Waar begon haar weten en eindigde het mijne? Zij was zo sereen, zo wetend.”

 

Will :

Als je weet wie je bent groeit er allengs een verbondenheid, een zorgzaamheid voor je zelf, je lichaam en je geest, voor anderen en voor al wat is. Het is totaal natuurlijk, als mededogen dat vanzelf, natuurlijkerwijze aanwezig is (Spinoza en Advaita (9) – Generositas ); een zorgzaamheid die zichzelf niet (her)kent als zorgzaamheid. Wellicht voelde je een verbondenheid zonder enige weet van deze verbondenheid, zelfs tegenover deze relatief onbekende vrouw. Jullie beider emotie is was spontaan en wijst er toch op.

Het is ook mogelijk dat je een 'zusterziel' ontmoet hebt, een 'gelijkgestemde'. Ik denk dat er vormen van bestaan kunnen voorkomen – zoals onze vormenwereld kan bestaan en toch niet bestaat – maar dan zonder vorm. Een droomwereld als de onze, maar zonder materie; het is niet uitgesloten.

Niet voor niets zegt de Brihadaranyaka Upanishad : “Al wat bestaat, de werelden, de goden, de Veda's, de schepselen, verwerpen hem die daarin iets anders ziet dan het Zelf.” (zie Kwintessens 4.03) en Jezus zei ' het huis van de Vader heeft vele kamers '. In de Avatamsaka Sutra wordt gezegd : ' In elk atoom van alle rijken die in het universum bestaan bevinden zich uitgestrekte oceanen van wereldstelsels.'

 

KWINTESSENS (7.02) - Nachtwacht.pdf (66,1 kB)