KWINTESSENS (7.03) - Ontelbaar

21-07-2014 21:50

 

 

 

KWINTESSENS (7.03) – Ontelbaar

 

 

Dit is het plengoffer aan Brahman : ik ben subtieler dan ruimte, ontelbaar....”

 

Kwintessens (7.02) eindigt met een citaat omtrent de onmeetbaarheid van het Zelf, in feite ook het niet bestaan van een maat. Er wordt gemeten en het is rationeel, maar wat is een getal als 1? Wat is een centimeter en wat 1 centimeter? Handig in dit virtuele leven, maar het is niet iets werkelijks, zodat de Engelsen aan een andere onechte maat de voorkeur gaven.

 

Nooit kan bepaald worden of dit groot is en dat klein; maat en het meten bestaan niet (vers 2.36). Alles berust op conventie en onderlinge vergelijking, maar als de kwantumfysica komt tot een veld van energie als essentie van de materie, hoe dan een immateriële stof te meten? Zelfs de duiding van de grootheid van een atomair deeltje berust op de voorgaande afgesproken maateenheden.

 

..er bestaat zo iets niet in het Suprême Zelf, ken alles in mij als niet werkelijk.”

 

Enerzijds wordt er gesproken van hele wereldstelsels in een atoom ( Avatamsaka Sutra :'In elk atoom van alle rijken die in het universum bestaan bevinden zich uitgestrekte oceanen van wereldstelsels.'), anderzijds luidt het dat er niets – alles wat gedacht en benoemd wordt – werkelijk is.

 

Het atoom is van een onverdeelde Essentie (Bewustzijn).” vers 4.12

 

Zoals deze waarneembare wereld bestaat en niet bestaat, zo zullen dus die hele wereldstelsels bestaan en niet bestaan in het atoom dat bestaat en niet bestaat. Elk begrip, telbaar en ontelbaar, maat en tijd, alles en alles berust op conditionering, conventie; aldus een houvast biedend in het virtuele leven van een virtuele wereld en tegelijk is het een houvast op los zand. Een leven en wereld als klei zoevend op het pottenbakkers wiel, kwetsbaar en vergankelijk.

Er ontstaat vrijheid als deze kwetsbaarheid en vergankelijkheid onvoorwaardelijk en bewust aanvaard wordt.

 

 

Wanneer begon je of ben je onbegonnen? Als je

dat herinnert is dat het einde van de nacht.”

(Luk Heyligen; uit 'Nachtwacht')

 

 

 

En telkens moeten we vergeten wat we zagen

om te kunnen zien.

En telkens moeten we vergeten wat we wisten

om te kunnen luisteren

naar dit onafzienbaar ogenblik.”

(Luk Heyligen; uit 'Telkens vergeten')

 

KWINTESSENS (7.03) - Ontelbaar.pdf (54,6 kB)