KWINTESSENS (8.02) - Geen geboorte, geen leven

01-08-2014 22:08

 

 

 

KWINTESSENS (8.02) – Geen geboorte, geen leven

 

 

...geen geboorte, leven....”

 

De Avadhuta Gita vers 1.63 geeft hier een verdere invulling aan, door te zeggen :

U hebt geen moeder, geen vader, geen echtgenote, geen zoon.....”

 

Het huidig menselijk leven komt voort uit de versmelting van een eicel en een zaadcel, er is dus een vader en een moeder. Althans, als zodanig worden zij benoemd. En de roots liggen in hen, maar het leven is niet van hen, wel door hen.

Als Kahlil Gibran in ' de Profeet ' spreekt over uw kinderen zegt hij : “ zij zijn door u , niet van u .” De juistheid van deze uitspraak wordt door de meesten van ons op middelbare leeftijd al of niet pijnlijk ervaren.

 

Het leven is niet alleen terug te voeren tot de eicel en de zaadcel, maar nog verder in moleculen, nog verder in atomen.....tot leegte, louter energie of bewustzijn. Bewustzijn is de geboorte, het leven.

 

Ieder kan dus zeggen : ik heb geen moeder, geen vader....en dus ook geen kind!

En toch....toch vervolgt de Avadhuta Gita met de vraag : Waarom is die pijn in uw geest?

Omdat gedacht wordt dat zij mij verwekt en grootgebracht hebben en dat het mijn zoon is.

Daarom kan Jezus in het Thomas-evangelie ( logion 55) zeggen : Wie zijn vader en moeder niet verzaakt kan mijn leerling niet worden. Dit betreft geen loslaten , maar gewoon een weten wie je bent.

Daarom kan de jivanmukta zeggen : ik ben niet geboren en heb geen leven; er is geen ik en ik ben niet geboren en ik leef niet, verval niet en ga niet dood.

Daarom kan Luk Heyligen zeggen : Wanneer begon je of ben je onbegonnen? Als je dat herinnert is dat het einde van de nacht.

 

Het einde van angst en zorg, het begin van zorgzaamheid naar al wat leeft en is. Een zorgzame aandacht voor allen en alles, omdat het zorgzaamheid voor Jezelf is. Je eigenste Ik. Een begin van zorgzaamheid waarvan Suzanne (Kwintessens 1.03) voelt en zegt : “ik voel mij geen clown en voel mij intens met hen [demente en mentaal gehandicapte] verbonden; zij zijn in mij en ik in hen.”

Een zorgzaamheid die zo spontaan en natuurlijk is als het mededogen en de hoge deugd (zie Kwintessens (5.01).

Daarom kan de jivanmukta, de avadhuta zeggen in vers 8.24 en 8.42 : “ Ik ken geen verdienste, noch enig handelen.”

 

KWINTESSENS (8.02) - Geen geboorte, geen leven.pdf (63,5 kB)