KWINTESSENS (9.01) - Gedachte noch herinnering

12-08-2014 08:19

 

 

 

KWINTESSENS (9.01) – Gedachte noch herinnering

 

 

Hij die zichzelf niet het minst herinnert om het even waar en wanneer en wat dan ook hij terzijde gelaten heeft of niet....”

 

 

Het ik en ik-gevoel is geheel en al teniet, zowel ten aanzien van al wat hem of haar omringde van relaties als aards bezit. Vergelijk met vers 1.63 van de Avdhuta Gita :

U hebt geen moeder, geen vader, geen echtgenote, geen kind.....

In de relatieve werkelijkheid denkt men dat men een moeder of een vader en een kind heeft, maar zelfs in deze relatieve werkelijkheid is die gedachte niet juist. Ook in deze werkelijkheid heeft men niets, behoudens de gedachte. Zelfs de relatie is onbestaand en onvolkomen, daar die bestaat op basis van een ik-gevoel, altijd onder zekere voorwaarden ( zie ook Synthese 5.19 en 5.20 – liefde ).

 

Dat wat bezit genoemd wordt berust ook op de gedachte dat men iets in eigendom heeft. Niets is minder waar, in de relatieve werkelijkheid kan van ene moment op het ander dit bezit vervlogen zijn.

Het idee van bezit leidt tot excessen en roept allerlei gevoelens op van een overwegend (?) negatieve aard, waaronder angst (bezorgdheid), afgunst en hebzucht; daarnaast brengt het een zichtbaar en voelbaar gevoel van gescheidenheid met zich mee.

 

Is het aangaan van een relatie en het hebben van bezit dan te verwerpen?

Het streven naar een relatie en verwerven van bezit is inherent aan karma of conatus als een fundamenteel aspect – energie – van het Zelf in openbaring en bijgevolg uiterst natuurlijk. Maar belangrijk is onze houding of zienswijze tegenover een relatie of bezit. Op zich is een object – ook de ander is hier een object ! – neutraal, het is wat het is. Vanuit onze percepties en ervaringen kennen wij echter eigenschappen en waarden toe aan een object; hierdoor verkrijgt het object gevoelswaarden die het in wezen niet bezit, het zijn onze gevoelswaarden en die bepalen het verlangen ernaar of afkeer en alle andere daaraan verbonden gevoelens.

Zich bewust zijn van deze gevoelens en de tijdelijkheid – het moeten afstaan, verliezen – van elke relatie en bezit is essentieel voor onze houding tegenover elk object.

Het zal echter duidelijk zijn dat niet voor iedereen een zo vergaande houding als van de videhamukta daarin bereikt zal worden, maar een grote(re) relativering op grond van deze inzichten is mogelijk.

 

KWINTESSENS (9.01) - Gedachte noch herinnering.pdf (61,3 kB)