Spinoza en Advaita (10) volmaaktheid

27-03-2013 20:38

SPINOZA EN ADVAITA (10) volmaaktheid

 

 

In het relaas van Suzanne over haar optreden als clown in een centrum voor jongere mentaal gehandicapten wordt zij geconfronteerd met het aspect onvolmaaktheid (zie DE CLOWN (8) onvolmaakt). Een steeds terugkerende vraag die onvermijdelijk opkomt in het waarnemen van de wereld rondom, onszelf en onze relaties.

Volmaakt en onvolmaakt zijn equivalenten van goed en kwaad. Zowel Spinoza als de Advaita erkennen niet het bestaan van de paren van tegenstelling. Het zijn zuiver begrippen bij consensus aanvaard en bezitten geen objectieve waarheid.

Is die rechte boom volmaakt omdat er een mast van gemaakt kan worden en is die kromme boom onvolmaakt omdat die dient voor brandhout of voor verrotting en het verschaffen van bestaan aan een keten van vormen van zijn? Beide zijn zoals ze zijn.

Is de mens meer dan een boom omdat hij denkt dat hij denkt en denkt dat de boom niet denkt? Beide zijn zoals ze zijn.

Is de niet gehandicapte volmaakter dan de gehandicapte omdat hij denkt dat hij volmaakt is en de ander niet? Beiden zijn zoals ze zijn.

Begrippen als goed en kwaad, volmaakt en onvolmaakt zijn geen objectief bepaalbare kwaliteiten van een verschijnsel, maar subjectieve interpretaties die op hun beurt van ieder subject weer verschillend zijn.

Waar het werkelijk om gaat is wat is de werkelijkheid van elk verschijnsel, de werkelijkheid van die rechte en die kromme boom, de werkelijkheid van die volmaakte en die onvolmaakte mens. Alles is een modus van die ene natuur of Dat, God, etc.

Keren wij ons toe of wenden wij ons af naargelang de kwaliteit die wij eraan menen toe te moeten schrijven? Of kunnen wij ruimhartig alles aanvaarden zoals het is? Ruimhartig zijn voor ál wat leeft, beweegt en is?

In een citaat als “Hem ontmoeten in Zijn meest nederige gedaante” schuilt een negatief onderscheid, een onderscheid van ik en de ander, de volmaakte en de onvolmaakte; het berust op een inherent gevoel van ongelijkwaardigheid.

 

Het absolute Zelf (lees: Dat, God,etc.) is de opperste Waarheid. Er is daarin noch letsel noch geen letsel (lees: onvolmaaktheid noch volmaaktheid).”

(vers 1.29 Avadhuta Gita)

Neem juist kennis van de boom van volmaakt (goed) en onvolmaakt (kwaad) en ontdek dat deze boom bestaat en tegelijk niet bestaat. In een latere publicatie wordt hierop terug gekomen.

 

Spinoza en Advaita (10) volmaaktheid.pdf (39,6 kB)