Spinoza en Advaita (11) vrije wil

02-04-2013 18:51

SPINOZA EN ADVAITA (11) vrije wil

 

 

Als een van de laatste parallellen tussen beide filosofieën komt het zo heikele punt van het niet bestaan van een vrije wil of vrije keuze aan de orde. Waarom vormt dit een zo heikel punt? Omdat het ten nauwste samen gaat met het idee van het bestaan van een individualiteit, een ik en het ontkennen hiervan het sterkst gevoeld wordt in het idee dat er een wil is die autonoom tot beslissingen kan komen.

Waar is de wil van de foetus, de boreling of de demente of de mens in coma of..... de stervende mens?

Noch in het ontstaan noch in het gaan heeft de vrije wil of de vrije keuze ook maar enige impact. En in die tussenliggende tijd?

In die tussenliggende tijd wordt men door fysieke en psychische (on)mogelijkheden en gevoelens geregeerd op basis van conditioneringen en gebeurtenissen buiten de wil, de toevalligheden.

Als bij het begin van een leven en bij het einde daarvan geen vrije wil betrokken is, dan moet de vraag gesteld worden of het idee van een vrije wil niet uitsluitend samenhangt met het bewust worden, met het denken, ook al omdat als het denken wegvalt (dementie, coma ) de vrije wil verdwijnt. Niet voor niets wordt dit als wilsonbekwaam aangemerkt. En wanneer ontstaat die vrije wil? Is er een leeftijd op te kleven? En wanneer vermindert die? Het lijkt wel of het net is als de seksualiteit die groeit, bloeit en verlept en geprikkeld wordt door denken en externe factoren en gevoed wordt door hormonen.

Hoe langer hoe meer verschijnen er wetenschappelijke publicaties en studies die aantonen dat vele, zo niet alle “vrije” beslissingen de facto geconditioneerde beslissingen zijn; niet het minst op basis van (onbewust) ontvangen informatie en percepties in het onderbewustzijn opgeslagen (zie syllabus hoofdstuk 5). Op grond van welke elementen wordt bijvoorbeeld een partnerkeuze gemaakt?

Onmiskenbaar zijn de talloze toevalligheden die het leven dikwijls fundamenteel bepaald hebben. Waarom heeft men zich – gelukkig of helaas – laten verleiden tot die en die keuze; maar was het wel een keuze, zelfs de zogenaamde zorgvuldige afwegingen blijken boordevol veronderstellingen te zitten.

 

Wie ben ik?

 

Dit is de vraag die beantwoord moet worden en daarmede staat of valt eveneens het idee van een vrije wil.

Spinoza, Advaita en Boeddha gaan wat dit betreft hier hand in hand: er is geen individualiteit, geen ik. Bijgevolg stelt de vraag over de vrije wil zich dan ook niet.

Maar iedere zoeker zal voor zichzelf moeten uitmaken of de conclusies van deze meesters juist zijn; iedere zoeker moet zelf het pad gaan en tot erkenning of verwerping van deze ideeën komen. De eigen ratio en intuïtie zijn doorslaggevend, zonder deze is inzicht niet mogelijk. Jezus verwoordt het op een andere wijze : “ken je zelf en je zult het koninkrijk dat in je is binnengaan; hij die alles kent, maar niet zichzelf, heeft overal gebrek aan.”

Deze conclusies en uitspraken van enige der grootste meesters zijn een aansporing om daadwerkelijk dit onderzoek aan te vatten en om het verlies van het ik en de vrije wil in echte vreugde te beleven.

 

Spinoza en Advaita (11) vrije wil.pdf (40 kB)