Spinoza en Advaita (13) Lichaam en geest

23-08-2013 21:08

 

 

 

Spinoza en Advaita (13) Lichaam en geest

 

 

 

Met toestemming van de auteur wordt uit zijn bijdrage aan de blog 'Spinoza in Vlaanderen' het volgende geciteerd :

 

Michael Pauen, 'Spinoza and the Theory of Identity'

De auteur grijpt de recente belangstelling voor Spinoza's monisme (in tegenstelling met Descartes' verguisde dualisme) aan voor een bespreking van het aloude probleem van lichaam en 'geest'. De auteur benadrukt het epistemische karakter van de beide attributen, uitgebreidheid en denken: 'Onder attribuut versta ik datgene wat het intellect waarneemt van de substantie als iets dat haar essentie uitmaakt.' (E1d4)

Het gaat om het waarnemen en de wijze waarop dit gebeurt en door wie, en niet zozeer om verschillende eigenschappen die de substantie zou hebben. Op die maniet zouden we immers dicht bij hetzelfde dualisme terechtkomen dat Descartes voorstaat. Spinoza houdt het strikt bij één substantie die op een onbepaald aantal manieren kan beschouwd worden.

 

Voor de mens zijn dat de uitgebreidheid en het denken. Namelijk dat het verstand en het lichaam een en dezelfde zaak is, die men nu eens voorstelt onder het attribuut van het denken, en dan weer onder dat van de uitgebreidheid. Zo komt het dat de ordening of de opeenvolging van de dingen één is, of de natuur nu onder het ene of het andere attribuut wordt bekeken (...).'

 

De auteur van het artikel zegt het zo: 'The difference between mind and body does not appear on the side of the object, but on the side of the knowing subject, which has two different modes of access to the one single substance.' (Het verschil tussen verstand en lichaam komt niet te voorschijn aan de kant van het object, maar aan de kant van het kennende subject, dat twee verschillende manieren van toegang heeft tot de ene enkelvoudige substantie.)

 

Wij stellen zo het monisme op het existentiële of metafysische of ontologische gebied volkomen veilig, en leggen het dualisme dat nodig is om onze dubbele ervaring van de werkelijkheid te verklaren helemaal aan de kant van het subject, dus op het epistemologische, het gebied van het kennen. Het is inderdaad perfect mogelijk dat men één en hetzelfde ding op verscheidene manieren waarneemt, zonder dat de essentiële eenheid van dat ding in het gedrang komt. Dit maakt het mogelijk dat verschillende mensen dezelfde zaak op verschillende manieren benaderen of dat dezelfde persoon dezelfde zaak op verschillende manieren bekijkt. Dat is ook onze ervaring, die volkomen te verenigen is met de ondeelbare eenheid van het waargenomen ding.

 

De auteur wijst op het belang van deze interpretatie voor een goed begrip van het zogeheten parallellisme van Spinoza : er kan geen sprake zijn van twee parallelle dingen of gebeurtenissen, aangezien de substantie één is; het parallellisme doet zich dus voor op het niveau van de kennis, het waarnemen, de beeldvorming zeg maar van het object.

 

Dat is de betekenis van E2p7: 'De volgorde en het verband tussen de gedachten is dezelfde als de volgorde en het verband tussen de dingen.' Het gaat wel degelijk om een identiteit (idem), niet om een dualistische parallellie. Zie E2p7S: (...) heeft dit alles betrekking op één enkele substantie; en bijgevolg is de denkende substantie en de uitgebreide substantie één en dezelfde substantie, die nu eens vanuit het ene, dan weer vanuit het andere attribuut begrepen wordt. En zo ook is een modus van uitgebreidheid en de gedachte van die modus één en hetzelfde ding, maar uitgedrukt op twee wijzen; (...)'.

 

Deze interessante benadering van een klassiek probleem, niet alleen bij Spinoza maar in de filosofie in het algemeen, blijkt dus een belangrijke bijdrage te zijn voor een beter begrip van enkele kernpunten uit de filosofie van Spinoza.

 

KD “

 

 

 

Als lichaam en denken op één en dezelfde substantie beruste vraagt de logica deze substantie als bewustzijn te definiëren, immers alvorens er denken kan zijn, moet er bewustzijn aanwezig zijn. Een pasgeborene denkt niet, maar beschikt wel over een bewustzijn om de basale gevoelens te kunne waarnemen (honger, koude, aangenaam en onaangenaam). Maar er is meer.

 

Ook op het niveau van het lichaam – de materie – is er bewustzijn; o.a. in Synthese (3.08) en Advaita en Wetenschap (8) werd duidelijk gemaakt dat cellen weten, er een celbewustzijn is. Dat er dus alleen bewustzijn is dat alle vormen aanneemt, is dan bijgevolg alles behalve denkbeeldig. De mens is in zijn wezenlijkheid geen dualistisch wezen, maar een onnoembare uitdrukking van een onnoembaar Zijn, Zelf, één en al Bewustzijn.

 

Spinoza en Advaita (13) lichaam en geest.pdf (48,8 kB)