Spinoza en Advaita (3) individualiteit (2)

05-01-2013 10:14

SPINOZA EN ADVAITA (3)

 

 

Wij ervaren en ontplooien alles alleen en uitsluitend in/vanuit onszelf.

Vreugde en verdriet, ogenschijnlijk door een gebeurtenis buiten ons veroorzaakt, is in werkelijkheid een zuivere ervaring van het ik. De vreugdevolle ontmoeting met de partner of het pijnlijke verlies van de partner zijn uitsluitend ervaringen van het ik, het ego.

Een adjectief over een verschijnsel dat uitgesproken of gedacht wordt zegt totaal niets over dat verschijnsel, maar alles over het eigen denken en de eigen percepties. Er wordt altijd en alleen gehandeld of niet gehandeld vanuit het ik, zelfs bij het ontplooien van de meest altruïstische activiteit: ík voel immers dat ík dat of dit moet doen.

Dit betekent dat er de facto niets buiten dit zelf plaats vindt, maar dat alles ín dit zelf geprojecteerd wordt. Er is bijgevolg niets buiten dit (mijn) zelf, maar evenzo is er bij de ander ook niets buiten diens zelf. Wij ervaren elkaar alleen in onszelf!

 

Wat is nu dit zelf? Wat is dit ik?

Dit lichaam? Dit denken? Beide elementen zijn aan verandering onderhevig en vergankelijk. Een baby denkt nog niet, in een diepe dementie wordt ook niet meer gedacht, evenmin in een diepe coma. Wel is er een vorm van bewustzijn.

Maar waar was ik toen ik er nog niet was of waar ben ik als ik er niet meer ben? Voordat ik begon was ik twee: een zaadcel (een van de vele) en een eicel. Beide leefden en hadden het bewustzijn/bewustheid zich te verenigen. Er was dus al bewustzijn, een “zelf” voordat ik er was. Mag ik dan ook veronderstellen dat er ook nog bewustzijn is nadat ik er niet meer ben?

 

Dit zelf – dat mij later aangeleerd is als 'ik' te benoemen – is dus louter en alleen bewustzijn, nu in de huidige vorm, toen als zaadcel en eicel en daarvóór.......... vraagteken.

Zowel in het worden, als in het ervaren (het nu), als in de dood is er een zelf, maar een zelf dat onmogelijk ik genoemd kan worden.

 

Hoe wordt dit door de Advaita gezien?

 

Er is niets buiten het zelf, dit zelf is echter Bewustzijn (het Zelf) en dit neemt alle vormen aan, verandert niet, vermeerdert niet, vermindert niet, doordringt alles. Dus geen moment ben ik iets anders dan dit Zelf, niet toen 'ik' er nog niet was, nu ben, of dan niet meer zal zijn.

 

Hoe wordt dit door Spinoza gezien?

 

....de ultieme oorzaak of het absoluut oneindige Zijnde : de ene oergrond van alle verschijnselen die zich in ontelbare vormen van realiteit eindeloos ontplooit....”

....ziet te komen tot een nieuwe, zuiver intellectuele religie....tot een intuïtief weten betreffende ons inzijn in de onpersoonlijke oergrond.” ( De doornen en de roos pagina's 19 en 20 ).

Een sprankelende analogie dit “INZIJN” en “Eenheid en afgescheidenheid bestaan niet met betrekking tot u noch tot mij” (vers 1.15 Avadhuta Gita)!!!

Het is deze Werkelijkheid die zo wonderschoon vertolkt wordt in het vers van Ramana Maharshi op de startpagina van de Website www.advaita-avadhuta.eu

 

Als het verschijnsel 'vormloosheid' als een realiteit beschouwd kan worden - zij het een amorfe realiteit (een begrip dat steeds meer gehoor vindt in de wetenschap) - blijken beide filosofieën in overeenstemming met elkaar te zijn. Mogelijk is de laatste zin van de geciteerde tekst een interpretatie van de auteur, maar wellicht kunnen de kenners dan deze illusie (?) tenietdoen.

 

Het door Spinoza geformuleerde basisprincipe “ een modus van God” en het uitgangspunt van de Advaita “ gij zijt Dat” is bijzonder fundamenteel, het grijpt of zou moeten ingrijpen op de gehele beleving op alle niveaus van het zijn, het leven. Een hint daaromtrent is te vinden in Gina's reactie 'over potentiëlen, relatie en conflicten' en het daaraan gerelateerde gedicht van Luk Heyligen (zie website) , ook de one-liner “ als je weet wie je bent houd je langzaam op te zijn wie je niet bent”

(zie punt 8 in Spinoza en Advaita 1) geeft een genoegzame duiding.

 

Spinoza en Advaita (3) individualiteit(2).pdf (43,4 kB)

 

Will van den Berg/www.advaita-avadhuta.eu