Spinoza en Advaita (8.2) aandacht

10-02-2013 20:29

SPINOZA EN ADVAITA (8.2) AANDACHT

 

 

Niet alleen betreft het object van onderzoek een fysiek object, maar eveneens het niet-materiële en dus in dit geval in het bijzonder het denken. Het onderzoek naar de kwaliteiten ( goed, mooi, aangenaam, kwaad, lelijk, onaangenaam, etc.) van het ervaren object (gedachte) zal vrijwel altijd, zo niet altijd uitwijzen dat iedere kwaliteit subjectief is en berust op conditionering, perceptie en consensus. Een perceptie van Suzanne weerspiegelt zich in het bijzonder in de verwoording “grap, gril en grol” en zichzelf beetgenomen hebben.

Ook al is iedere kwaliteit in feite onbestaande – reeds de Boeddha wees hierop in de Diamant Sutra: “........eigenschappen in werkelijkheid geen eigenschappen zijn; ze worden alleen maar zo genoemd” - toch moet steeds opnieuw dit proces van intense aandacht en rationeel analyseren doorlopen worden. Dit herhalingsproces is noodzakelijk teneinde:

- de vaardigheid te verwerven in het nalaten van toekennen van kwaliteiten; dit is in

het bijzonder van belang bij het (ver)oordelen van goed en kwaad en hun

equivalenten;

- verborgen patronen te ontdekken in het denken (percepties) die uiteindelijk ,al of

niet bewust, het doen en laten bepalen, als ook de juistheid van de grondslagen

van het denken te kunnen onderzoeken;

- effectief, bewust te ervaren hoe onjuist de toekenning van een kwaliteit is en wat

dit aan gevoelens en gedachten teweeg brengt ( Suzannes “bah en nog eens bah,

zichzelf beetgenomen “);

- de onbetrouwbaarheid van het denken te ervaren en aldus aanzet geven tot een

grotere behoedzaamheid ten opzichte van alles wat zich aandient; hetgeen tevens

leidt tot een grotere gelijkmoedigheid.

 

Het zal wellicht duidelijk zijn dat het niet toekennen van kwaliteiten in het dagelijks relatieve bestaan niet blindelings toegepast moet worden teneinde zwarte binnenmuren en door het rood licht rijden te voorkomen.

Bij het onderzoek naar het denken is het aan te bevelen dit dagelijks te doen, dit om vaardigheid te verkrijgen, ook gezien de werveling van gedachten en snel afgeleid zijn, is het een goede gewoonte om het onderzoek in een geschreven vorm toe te passen; de argumenten hiervoor zijn in het hoofdstuk meditatie van de syllabus uiteen gezet.

 

Waartoe aandacht kan leiden is goed zichtbaar in Suzannes relaas ( De Clown (4) debuut ...en later), waarin vermoedelijk het denken losgelaten is en er toch het juiste handelen is ontstaan; dit is ook duidelijk aanwezig in het filmpje van Naomi Feil.

Het illustreert het “offer van het denken” uit de Ribhu Gita ( vers 24 ) en het reeds eerder geciteerde vers uit de Ashtavakra Samhita: “hij die zich vrij weet is inderdaad vrij, en hij die zichzelf gebonden acht, is inderdaad gebonden”.

Men kan uitsluitend en alleen zichzelf bevrijden.

Met diepe dankbaarheid jegens Suzanne om haar ervaringen te hebben toevertrouwd.

 

Spinoza en Advaita (8.2) aandacht.pdf (40,6 kB)