Spinoza en Advaita (8.6) aandacht-niet weten

12-03-2013 20:25

SPINOZA EN ADVAITA (8.6) aandacht-niet weten

 

 

Zoals in de publicaties van Advaita en Kwantumfysica eerder gesteld werd is er geen objectieve werkelijkheid; iedere waarnemer neemt subjectief waar en beïnvloedt daarenboven het object van waarneming, hoewel door de beperktheid van de zintuigen meerdere waarnemers ogenschijnlijk een gelijke en soms onveranderlijke waarneming doen.

Indien er geen objectieve werkelijkheid bestaat wat is dan de betrouwbaarheid van de subjectieve waargenomen werkelijkheid? In principe is het immers onmogelijk een subjectieve werkelijkheid te vergelijken met een andere subjectieve werkelijkheid en is er de beïnvloeding door elke waarnemer.

Treffend is hier in dit verband dat “ Zij (de nieuwe wetenschap) leert ons ook dat de dingen geen reëel van elkaar onderscheiden substanties zijn, maar modale configuraties van de ene uitgebreide natuur.” ( De doornen en de roos blz.16).

Hoewel de verschijnselen zich ogenschijnlijk met een grote wetmatigheid kunnen voordoen en op grond daarvan pragmatische wetten gedefinieerd kunnen en moeten worden, is en blijft er het onzekerheidsprincipe ( het blinde toeval ?) waarvan ook de kwantumfysica gewag maakt. In zekere filosofische strekkingen wordt dit blinde toeval geduid als de wetmatigheid van oorzaak en gevolg, karma, hetzij positief, hetzij negatief, met daaraan verbonden een wedergeboorte als karmisch gevolg. Maar hoe kan er een individueel wedergeboren bestaan als er geen individualiteit bestaat, zoals ook de Boeddha stelde? Welke wetmatigheid bepaalde dan de “individualiteit” die u of ik ben? Of is er in het geheel geen wetmatigheid in die zogenaamde individualiteit?

 

Kan er dan nog langer gesteld worden dat men iets weet? Temeer daar er geen wetenschap kan bestaan, alleen ervaringskunde en deze ervaringskunde geheel subjectief is dringt de conclusie zich op dat de uitspraak van de Zenboeddhist “ het hoogste weten is het niet-weten” juist is.

 

Door uitzuiveren van het buitengewoon geconditioneerde denken en met zuiver aandacht naar het denken zelf te gaan zal zelfs - net als bij Suzannes meditaties op haar pijn en paniek en haar ervaring in poppenspel – het denken verdwijnen. Op dat eigenste moment is er geen geest!

Op dat eigenste moment is er geen ik, geen geest, niets anders dan alleen een staat van “niet iets, niet niets” (neti neti, sunya), een staat van Zijn, Bewustzijn en Zaligheid. Dezelfde staat die ook bereikt kan worden door zuivere aandacht in een handelende situatie, zoals waarvan Suzanne getuigenis heeft gedaan, maar zich ook in creatieve omstandigheden regelmatig voordoet.

 

Het belang van het voorgaande ligt in het duidelijk maken dat wij niet zijn die wij denken te zijn, bewust te worden dat als beseft wordt wie je bent, je langzaam ophoud te zijn wie je niet bent. Echter alleen door het kennen van je zelf en bij stukjes en beetjes dit pad te bewandelen kan dit bewust worden verworven worden.

Zelfs de grootste psycholoog aller tijden , de Boeddha, zei : “Ik kan je slechts de weg wijzen, jij moet het pad gaan” en sluit hier volkomen aan bij logion 67 uit het Thomas-evangelie of zoals Herman De Dijn verwoordt : “ De meester kan kan ons echter niet brengen waar we moeten zijn, indien wij niet bereid of bekwaam zijn de weg die hij ons aanwijst zelf te doorlopen “ ( de doornen en de roos blz. 28).

Er is alleen maar ervaringskunde.

 

Spinoza en Advaita (8.6) aandacht-niet weten.pdf (48,7 kB)