Spinoza en Advaita (9) generositas-mededogen

18-03-2013 20:58

Spinoza en Advaita (9) generositas

 

 

Als een van de parallellen ( zie Spinoza en Advaita (1) ) werd vermeld het spontaan ontstaan van de deugd generositas , mededogen.

In het relaas van de clown Suzanne (7) zaligheid en de reflectie daarop wordt van dit spontane ontstaan gewag gemaakt. Het is een deugd die niet als zodanig ervaren wordt, zij is er gewoon zonder enig besef daaromtrent. In de Tao Te Ting wordt dit voortreffelijk verwoord : hoge deugd is geen deugd, juist daarom deugd.

Uit een tekst van de Tibetaans Boeddhistische monnik Longchenpa (14e eeuw) “Het Juwelenschip” : “.....Met mededogen dat niet ontstaat, niet ophoudt te bestaan en onbaatzuchtig is, is zijn voor anderen altijd aanwezig. Het behoeft niet teweeg gebracht te worden.”

Een dergelijke generositas, mededogen is zo spontaan, zo natuurlijk dat elk gevoel van mededogen, naastenliefde beoefend te hebben geheel en al ontbreekt. Er is eenvoudigweg geen woord voor, het kan niet benoemd worden en evenmin is er een gevoel van ervaren daarin.

Het berust in een houding van gehele toewijding, van totale aandacht; hierbij kan met name ook het begrip toewijding weer gemakkelijk verkeerdelijk opgevat worden, omdat er ook in die houding geen besef van toewijding is, ook deze is er gewoon.

 

Vrijwel steeds zal er in de door religies gepropageerd mededogen of naastenliefde een door het ik gedreven element schuilen, op zijn minst de behoefte aan erkenning, stilzwijgend of expliciet. Ook in de deugd is het ik rijkelijk aanwezig, al is het met het idee van hel en vagevuur gespaard te blijven.

Het spontane mededogen dat zichzelf niet als mededogen laat gevoelen ontstaat door een inzicht, een besef te zijn wie het ik en de ander (en het andere!) werkelijk is.

Het is opmerkelijk dat het spontane – dat wil zeggen het zo natuurlijke karakter – van deze “deugd” zowel bij Spinoza, als in het Taoïsme en Boeddhisme benadrukt wordt (zij het dat het Boeddhisme ook een niet spontane beoefening propageert; hierbij staat de valkuil van indoctrinatie en conditionering wagenwijd open). Na een toereikend inzicht en een geduldig wachten dient de wijze waarop dit mededogen uitgeoefend kan worden zich wel als vanzelf aan. In de Vedanta/Advaita wordt het beoefenen van generositas/mededogen niet benadrukt; waarom ook, als het op een natuurlijke wijze tot stand kan komen, alles berust op een rationeel en intuïtief inzicht. Er is zelfs een expliciete waarschuwing dat het ultiem een hinderpaal vormt tot een waarlijk bewustwording van het Zelf! (Ashtavakra Samhita vers 8.1)

 

Voorbij generositas/mededogen is er geven noch ontvangen (zie citaat Avatamsaka Sutra in Advaita en Kwantumfysica (2) en bij vers 60.7 van Essentie Ribhu Gita); niets emaneert uit mij (vers 20.14 Ashtavakra Samhita). Dit is een zuiver zijn, ontbloot van elk ik-besef, dat zover kan gaan dat zelfs de clown zich als clown kan laten doden omdat zij dit niet ervaart als gedood worden ( zie een latere publicatie ). Pure vrijheid!

 

Spinoza en Advaita (9) generositas, mededogen.pdf (41,5 kB)